Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Weesjongens leken met lakense pakken en pet 'net een rij oude heertjes'

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Weesjongens leken met lakense pakken en pet 'net een rij oude heertjes'
In de jaren dat J. Slot in het Weeshuis aan de Westerstraat verbleef, verbeterde het leven van de wezen. Enkhuizen begon uit het economisch dal omhoog te klimmen. Het Weeshuis profiteerde daarvan en het aantal wezen nam af.

Toen hij in 1881 in het Weeshuis werd opgenomen, waren er 37 kinderen. In 1893 bleven er nog maar dertien kinderen achter, toen hij het Weeshuis verliet. Slot at zijn eerste maaltijden van tinnen borden en met ouderwetse ijzeren vorken en lepels. Hij veronderstelde dat ze meer dan honderd jaar oud waren. In de jaren tachtig van de ' negentiende eeuw werden ze vervangen door borden van aardewerk en modern bestek.

Zijn pakken waren gemaakt van ouderwets blauw laken, met koperen knopen die elke week gepoetst moesten worden. Hij droeg een pet met een glimmende klep. 'Als we twee aan twee naar de kerk liepen, leek het net een rij oude heertjes', schreef Slot. Tegen de tijd dat hij het Weeshuis verliet, was het over met de lakense pakken. De jongens mochten gewone burgerkleding dragen. De regentessen waren toen nog niet zo ver. Het duurde nog een paar jaar voordat de meisjes ook in burgerkleding over straat mochten.

Ook de inrichting van het huis veranderde. De zeer grote jongenszaal, ook in gebruik als de eetzaal, was spaarzaam gemeubileerd. Lange tafels met ongeverfde banken stonden op de kale planken. Voor de ramen die uitzicht hadden op de tuin, stonden tafeltjes. Als enige versiering hing een kleine spiegel met een zwarte lijst aan de wand. Ieder zaterdagochtend werden de vloer en de tafels door de oudste meisjes met schelpzand geboend.

Gezelliger
De zaal werd in de loop van de jaren gezelliger. De kale witte wanden kregen een gemarmerde lambrisering. De vloer werd bruin geverfd en de banken kregen een geelbruine kleur. Bij de ramen kwamen zelfs stoeltjes.

Aan de wanden werden kartonnen platen opgehangen, op den duur verschenen er zelfs schilderijtjes. Er kwam een grote spiegel met een vergulde lijst. Er stond zelfs een mooi klokje te tikken, de jonge Slot leerde er op klokkijken.

Naar de tweede donderdag van de vakantie werd reikhalzend uitgekeken. Dan was er het uitje, 's Ochtends al heel vroeg kwamen de wagens van Igesz, hij had een stalhouderij naast de Westertoren, voorrijden voor een rijtoer via Andijk, Medemblik en Twisk naar Hoorn. Onderweg werden verschillende speeltuinen aangedaan. In Hoorn wachtte de kinderen een diner in hotel De Doelen. Later werden zelfs reisjes met de trein mogelijk. Weesvader Wansink mocht nu dagjes uit naar Amsterdam, Den Haag en Scheveningen organiseren.

Maar het allerbelangrijkste was dat de toekomstperspectieven van de wezen verbeterden. Oorspronkelijk werden alle meisjes opgeleid om dienstmeisje te worden. Alle jongens gingen in de leer om een vak te leren. Dat veranderde. De oudste zuster van Slot bijvoorbeeld kon, dankzij de inspanningen van het hoofd van de Lagere School, een opleiding als onderwijzeres gaan volgen. Zij was het eerste weesmeisje dat door kon leren. Een weesjongen ging in 1905 zelfs naar de Hoge School in Delft. Tragisch was dat deze jongen, Piet Dondorff, in hetzelfde jaar plotseling overleed.

Op hoge leeftijd, hij is dan al in de zeventig, schrijft J. Slot zijn herinneringen aan het Weeshuis op. Enkhuizen mag trots zijn op het Weeshuis, schrijft hij met zoveel woorden. Maar men waardeert het pas echt als men er persoonlijk kennis mee gemaakt heeft.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube