Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Wezen drukten kermisgeld handig achterover

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Enkhuizer weesmeisje
Enkhuizer weesmeisje
Bij het op schrift stellen van zijn herinneringen blikte de voormalige weesjongen J. Slot (77) in 1951 terug op het oude weeshuis van Enkhuizen, dat in 1907 gesloopt was. In het nieuwe weeshuis dat daarvoor in de plaats kwam, zit nu Openbare Werken, Het meubilair van de regenten- en regentessenkamer is bewaard gebleven.

Slot ziet zichzelf nog in de oude regentenkamer staan. Toen lag er nog een dikke laag zand op de vloer. Eén keer in de week maakte een van de meisjes met een bezem een mooi golfpatroon in het fijne zand: op dinsdag, want elke dinsdagavond vergaderden de regenten en regentessen.

Regentenkamer Weeshuis
Regentenkamer Weeshuis
Boven de regentenkamer was de regentessenkamer. Via een marmeren gang en trap waren ze met elkaar verbonden.

De meisjeszaal - achter het fraaie geveltje dat in 1907 een paar meter naar achteren verplaatst is - was één grote open ruimte, met beneden langs de wanden de rijen met de bedsteden en boven de open galerij met kastjes waar de meisjes hun spulletjes konden opbergen. Voor alle bedsteden was een houten vlonder zodat de meisjes niet op de koude stenen vloer hoefden te staan als ze uit bed stapten. Ook had elk meisje een biezen stoeltje bij haar bedstede.

Naast de meisjeszaal was een gang die toegang gaf tot de keuken en het washok. In het washok stond een heuse geselbank, volgens overlevering waren hier ooit jongens gegeseld!

In de keuken was een marmeren aanrecht, afgezet met een brede koperen rand. Het grote vierkant gemetselde fornuis had twee grote openingen waarin twee koperen ketels pasten. Een ketel was voor het eten, de andere voor de was. Met katrollen konden de ketels op en neer gelaten worden.

Net als de meisjeszaal was ook de keuken met zijn kasten met tinnen en koperen keukengoed een bezienswaardigheid. Achter de meisjeszaal was de zitkamer voor de weesouders, en daarachter de grote zaal. Deze zaal diende ook als eetzaal voor alle wezen. Ook de feesten en bijzondere gebeurtenissen werden hier gevierd. Normaal was deze ruimte ook de verblijfsruimte voor de jongens. De jongens sliepen boven, niet in de ouderwetse bedsteden maar in moderne ijzeren ledikanten.

Het achterste gedeelte van de grote zaal was afgeschot en ingericht als naaikamer. Hier zaten de meisjes de hele dag te naaien, te breien en te stoppen onder leiding van de naai-juffrouw. 's Zomers mochten de meisjes in het prieel in de tuin hun naaiwerk doen. Boven de naaikamer was de ziekenzaal. Verder waren in het oude weeshuis nog een paar kamers voor de weesouders en een zit/slaapkamer voor de naai-juffrouw.

Het weeshuis trok veel bezoekers die het fraaie oude gebouw wilden bekijken. Daarom was er bij de achterdeur van de eetzaal, daar waar de bezoekers het pand verlieten, een busje opgehangen. Met een klein zwart geschilderd plaatje waarop met gouden letters geschreven stond 'Gedenk de Weezen'.

De bedoeling was dat de wezen uit dit busje drie dubbeltjes voor de Enkhuizer kermis kregen, maar veel geld zat er nooit in. Slot legt uit hoe dat kwam. Als er bezoek was hing een meisje snel een jas over het busje. Daardoor kreeg het meisje dat de vreemdeling rondleidde het fooitje zelf in handen. De kermiscenten kregen de kinderen toch wel.

J. Slot laat herhaaldelijk blijken dat hij het een mooi gebouw vond, maar dat niet alleen. Hij had er ook goede herinneringen aan. Letterlijk schrijft hij dat het gebouw hem 'geliefd en vertrouwd' geworden was. De sloop moet hem aan het hart gegaan zijn.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube