Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Wie de Dikke Dame probeerde aan te raken, kon een knal krijgen

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Kermis op het Westeinde
Kermis op het Westeinde
In de jeugdherinneringen van de katholieke arbeiderszoon Piet Stavenuiter nemen Koninginnedag en vooral de kermis een belangrijke plaats in. Bijna zestig jaar later wist hij nog precies welke kraam waar stond.

De kermis begon de derde donderdag in juni. 's Woensdags meerden er al vrachtschepen af aan de Dijk om allerlei spannende zaken te lossen, andere spullen werden met de trein aangevoerd. Ook arriveerden er bontgeschilderde woonwagens, getrokken door paarden.


Koninginnedag Hoek Westerstraat van Bleiswijkstraat - Melkmarkt
Koninginnedag Hoek Westerstraat van Bleiswijkstraat - Melkmarkt
De grootste attractie, de tent van Janviers, stond op de Wortelmarkt. Hierin stonden de 'dansende bruggen, de glijbanen en de ronddraaiende grote trommels'. Er was een stoommachine voor nodig om al deze attracties draaiende te houden. Naast deze grote tent stonden de Turkse schommel en de schommelschuit. Jongens met lef probeerden om met deze schommels zo hoog te komen dat je over de daken van de huizen heen kon kijken. Naast de griezeltent stond een tent met een magiër en een wild mens. Die wildeman was hoogstpersoonlijk door de magiër in het oerwoud gevangen genomen. Heel spannend dus.

Daar weer naast was een wereldwonder te zien: een verkeerd gegroeid paard met kop en staart precies verkeerd om aan het lijf. Binnen werd de ware toedracht duidelijk. Er'stond gewoon een paard met zijn staart in de voerbak en zijn kop boven de groep. Iedereen trapte erin, maar wilde dit voor de buitenwacht niet weten. Zo bleef het geheim bewaard en het publiek bleef komen.

Uiteraard was er ook een Dikke Dame. Je moest niet proberen haar aan te raken, want dan kon je een knal krijgen! Een degenslikker, een schaap met vijf poten, een waarzegster, een schiettent, een kop-van-jut en draai- en zweefmolens. Eén draaimolen werd aangedreven door een geblindeerd paard, de andere werden met de hand in beweging gehouden.

Er was een tent met het variété van theater Mullens. Op het Boschplein stond de grote schouwburgtent. Daar speelden Heintje Davids en Cees Bouber. Vanaf de kansel werd dringend gewaarschuwd voor de voorstellingen die daar werden gegeven. Betere reclame konden de toneelspelers zich niet wensen.
Zondag was voor Piet een topdag, hij kreeg dan vijf cent kermisgeld van zijn moeder. Na lang wikken en wegen kocht hij een koningsbroodje voor een cent. Twee centen gaf hij uit voor een ritje in de draaimolen en de laatste centen ging op aan een ijsje. En daarmee was de kermis voor hem weer voorbij.


Koninginnedag
Een ander hoogtepunt in het leven van een schooljongen was destijds Koninginnedag. Ook die dag komt uitgebreid aan bod in de jeugdmemoires van Piet Stavenuiter.

Koninginnedag was in die tijd op 31 augustus, de laatste dag van de zomervakantie. Iedereen had die dag vrij, zelfs de werklozen hoefden niet met stenen te sjouwen. De kinderen gingen eerst allemaal naar school, zo mogelijk op hun paasbest en uitgedost met een oranje strik, muts of sjerp. Vandaar uit ging het naar de Koepoort. Onder begeleiding van de drie muziekkorpsen (het Stedelijk, het christelijke Patrimonium en het arbeidersmuziekgezelschap De Eendracht) ging er dan een lang lint van zingende kinderen naar het stadhuis.

Onder leiding van meester Groen werd daar een aubade gegeven. Terug op school kregen de kinderen nog een traktatie. Voor de jongere leerlingen was er 's middags een groot feest op de Paktuinen, waar het Stedelijk in de muziektent speelde. Dat feest werd georganiseerd door de Vereniging Getrouw Schoolbezoek. Voor de wat oudere leerlingen organiseerde die vereniging elk jaar een schoolreisje naar Artis of de Noordzee.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube