Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Zeun, je voorland is hardwerken en weinig verdiene

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Stoomschepen van Co de Bruyn
Stoomschepen van Co de Bruyn
Piet Stavenuiter zat op de St. Cassianusschool in de Doelenstraat. Hij droeg klompen, door zijn moeder gebreide zwarte kniekousen, een door zijn moeder gemaakte broek en een trui of een bloes. De kousen droeg hij over de knie. Kousen met blote knieën -de zogenaamde sportkousen -hoorden niet bij een katholieke jongen. Meestal had hij een kaal koppie met een kuifje, zijn vader knipte de kinderen zelf. Door dat kale hoofd kon zijn moeder makkelijk controleren of Piet luizen had.

Piet's vader en grootvader waren bouwer. Dat betekende fatsoenlijke armoede. Ze waren ook katholiek, dat betekende in Piet's geval elf broertjes en zusjes. Moeders toekomstvisie
werd in één zinnetje samengevat: 'Zeun, je voorland is hard werken en weinig verdiene'.


De Zeesluis met Stadsherberg
De Zeesluis met Stadsherberg
In 1930, Piet was nog maar acht, ging hij elke dag nog naar school. Bij het luiden van de bel ging hij naar binnen, zette zijn klompen bij de lange rij andere klompen en liep op kousenvoeten hèt lokaal in. Daar werd eerst gebeden voor de katholieke vervolgden in de Sovjet Unie, de werkloze vaders in Nederland en de vele moeders die geen kleding en voedsel hadden voor hun kinderen. De presentielijst werd bijgewerkt en delessen konden beginnen.

Na schooltijd had zijn moeder altijd wel een boodschap voor hem. Soms was dat dichtbij. Het gezin Stavenuiter woonde op de Noorderboeren-vaart, en zijn oudtante had een klein kruidenierswinkeltje aan de Westerstraat 137. Zo'n boodschap was wel aanleiding om de hele stad door te zwerven.

De bouw van de toren van de katholieke kerk bijvoorbeeld werd met grote aandacht gevolgd. Bij het station stapten de treinpassagiers op de luxe stoomboten die hen naar Friesland brachten. Goederenwagons werden op de spoorveren gereden. Botters uit het hele Zuiderzeegebied kwamen hun vis bij de afslag lossen.


Piet probeerde aan de hand van de klederdrachten de herkomst van de vissers vast te stellen. Hij weet er nog net van dat er eb en vloed in de haven was, en dat de sluis bij de Drommedaris nog regelmatig gebruikt werd. Sommige jongens maakten er een sport van over de sluisdeuren naar het Eiland te rennen, maar dat durfde Piet niet. Liever liep hij over de Drommedarisbrug naar de Kade om naar het laden en lossen van de stoomschepen van Co de Bruyn te kijken.
Aan de overkant bouwde men op de werf van Stapel het ene schip na het andere: spectaculair was een tewaterlating van de dwarshelling, de schooljeugd kreeg er zelfs vrij voor.

In de stad zelf was ook van alles te doen. In 1930 was de gemeente begonnen met een enorm renovatieproject van de straten. Overal werden de eigen stoepjes opgeruimd, de stoepenbankjes verdwenen, en er kwamen moderne trottoirs en straten met 'normale' straatklinkers. De kasseien en rolstenen die uit de oude straten werden gelicht werden gebruikt om de walkanten in de Boerenhoek mee op te knappen. Uiteraard probeerde de gemeente met dit project zo veel mogelijk werklozen aan het werk te krijgen.

Je kan je indenken dat Piet wel eens thuiskwam met een hoofd vol indrukken en verhalen, maar op een holletje alsnog naar zijn oudtante Aafje Stavenuiter moest omdat hij zijn boodschap vergeten was.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube