Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Op Paktuinen klinkt geratel van de klinkhamers

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Vissersnetten hangen te drogen op het Landje van Top.
Vissersnetten hangen te drogen op het Landje van Top.
In een drietal wandelingen beschreef Roel de Graaff het Enkhuizen zoals hij zich dat herinnerde. Het derde deel van zijn wandeling begon bij de Blauwpoortsbrug. Hij noemde het Accijnshuisje het 'Praathuis', oftewel de Leugenbank.

Oorspronkelijk was het het kantoortje van de agent van de stoomvaartlijnen naar Harlin-gen, Urk, Kampen en Amsterdam. Natuurlijk vermeldde hij de sloop van de Stadsherberg wegens bouwvalligheid, verder maakte hij er geen woord aan vuil. Nou ja, het Eiland was wel 'sterk van karakter' veranderd sinds de nieuwbouw... Bij de Zuiderhavendijk memoreerde hij de stoepenbankjes. Een geslaagde poging om het oude beeld weer op te roepen. De sluis bij de Drom was sinds de aanleg van de Afsluitdijk overbodig. Uiteraard had de sluis oorspronkelijk vier deuren. De sluisdeuren aan de stadskant zijn verdwenen, de twee deuren aan de kant van het IJsselmeer zijn er gelukkig nog.

Door de Paktuinen lopend herinnerde hij zich het geluid dat je hier hoorde: het felle geratel van de klinkhamers op de scheepswerf.

De Wilhelminabrug ging dagelijks vele keren open. Achter de brug lag een aantal bedrijven die van het vervoer over water afhankelijk waren. Tussen de Doelenstraat en het Venedie stonden zaadpakhuizen. Ook de bouwmaterialen voor Wagten-donk werden per schip aangevoerd. Het bedrijf had op de Dijk zijn opslag tussen de Prinsenstraat - oudere Enkhuizers spraken over de Tabaksstraat -en de Doelenstraat.

Op het Waaigat stonden de grote schuren van de turfhandelaren. Kaaiwerkers losten de turfschepen. De hokkebazen, de turfhandelaren, zorgden voor vervoer naar de klanten in de stad, met paard en wagen, maar ook met 'bakhandwagens'. Tussen de turfschuren stonden nog een paar i7e-eeuwse pakhuizen die inmiddels verhuisd zijn en nu onderdeel uitmaken van het Zuiderzeemuseum. Ook het grote pakhuis van de WIC dat op de Paktuinen stond, is inmiddels naar de Wierdijk gegaan. Het moest wijken voor Van der Spruijt, net zoals een van de toegangen naar het Snouck van Loosenpark. Voordat Van der Spruijt op de Paktuinen begon, zat de cementfabriek van Last op die plek.

Feestje
Bij de muziektent op de Paktuinen kregen de leerlingen op de laatste dag van het schooljaar een feestje aangeboden door de commissie Getrouw Schoolbezoek. De kinderen die geen dagen verzuimd hadden, bijvoorbeeld om mee te helpen op het bedrijf van hun ouders, werden extra in het zonnetje gezet.

Hij herinnerde zich ook nog de Enkhuizer Stoombootdienst van De Bruyn aan de Veermanskade. Het bedrijf verzorgde met twee schepen het vrachtvervoer van en naar Amsterdam: De Vereniging I en De Vereniging II. Er was zelfs enige passagiersaccommodatie aan boord. Roel liet zich graag naar Amsterdam varen om vanaf de Oranjesluizen lange fietstochten te ondernemen.

Roel de Graaff beëindigde zijn wandeling op het Landje van Top en langs de Nieuwe Haven. Hier was alles gericht op de visserij. Tijdens de 'teelt' van de haring (in maart en april) en van de ansjovis (in mei) lag de haven vol met botters, schokkers, vletten, hoogaarsen, jollen en waar men nog meer mee kon vissen. Op de kades en op het Landje van Top werden de netten leeg-, schoon- en drooggemaakt. Het was er een drukte van belang, schreef Rein de Graaff. Waarschijnlijk was dit een understatement.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube