Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Een grimmig slotakkoord in Moskou

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

De carrière van Wim de Wit (geboren 1893) begon met 10 maanden gevangenisstraf. Niet dat hij crimineel was, verre van. Hij kwam uit een keurig gezin, zijn vader was apothe ker De Wit in de Westerstraat. Wim zelf was bouwkundig ingenieur. Maar hij had de dienstplicht geweigerd en dat leverde in die dagen 10 maanden gevangenisstraf op.

Een baan in Nederland kon hij daardoor wel vergeten. Hij week uit naar Duitsland. Hij kwam daar in contact met allerlei linkse intellectuelen vooral kunstenaars. De fotograaf August Sanders, de mysterieuze schrijver Ben Traven, die in 1926 doorbrak met zijn boek 'het Dodenschip', Lazló Moholy Nagy en Oskar Schlemmer, zij hoorden bij het Bauhaus, waren Wim's kennissen. Hij kende ook deze Richard Sorge, tijdens de Tweede Wereldoorlog één van de succesvolste spionnen voor de Sovjet Unie.
In 1929 vertrok De Wit samen met zijn vrouw, Augusta Schröder, ooit zijn hospita, naar de Sovjet-Unie. Hij was geen communist maar hij was in Duitsland een beetje uitgekeken en hij was nieuwsgierig naar het nieuwe Rusland.

De eerste jaren van hun verblijf in de Sovjet-Unie waren heel plezierig. Wim verdiende goed. Ze hadden veel kennissen, vaak uit dezelfde links radicale kringen als in Duitsland. En Moskou was een levendige, kleurrijke stad.

Augusta en Wim konden zich lange vakanties permitteren. Hij schreef zelfs een reisverslag in de Autokampioen over hun autotochten door Rusland, maar in 1936 wilden ze voor een vakantie terug naar het Westen. Augusta's ouders waren 50 jaar getrouwd en Wim wilde zijn familie in Enkhuizen bezoeken.

Tot hun verbazing kregen ze wel een uitreisvisum maar geen terugreisvisum. Zelfs zijn werkgever kon, of wilde, hem niet helpen. Wim vertrouwde het niet en eigenlijk wilde hij ook niet meer terug. Maar Augusta wilde van geen definitief vertrek weten.

Ook tijdens hun vakantie konden ze geen terugreisvisum krijgen. Pas na drie maanden kregen ze de benodigde papieren. Met de Alexei Rikov aanvaardden ze de terugreis. Het was een beetje een spookachtige tocht. Ze waren de enige passagiers aan boord en de bemanning weigerde een woord met ze te wisselen. In Moskou was de sfeer heel anders geworden, er hing een vreemde spanning in de lucht. Veel buitenlandse kennissen en vrienden begonnen weg te gaan. Ook waren er geruchten dat de geheime dienst links en rechts mensen oppakte. Voor Wim ging het in de nacht van 5 november mis. De NKVD, de gevreesde geheime dienst, stond voor de deur en Wim werd meegenomen.

Augusta probeerde er wanhopig achter te komen waar haar man naartoe gebracht was. Urenlang stond ze te wachten in het politiebureau, in de Loebjankagevangenis en in de kantoren van de NKVD, maar niemand gaf enige informatie. Pas na een half jaar hoorde ze dat Wim de Wit al naar een strafkamp in Siberië gebracht was. Een jaar na zijn arrestatie kreeg Augusta een eerste telegram van haar man. Hij 'was gezond', meldde hij. In de loop van 1937 kwam een voorzichtige correspondentie op gang tussen Augusta, die inmiddels in Nederland was gaan wonen, en Wim.

In september 1938 kreeg Augusta een aantal brieven terug: Adressant gestorven, stond er op de enveloppen. Dat was het laatste wat ze ooit van hem, hoorde.

Pas later bleek dat Wim de Wit al op 8 maart 1938 in het strafkamp geëxecuteerd was. Vijftien maanden na zijn executie besloot men in Moskou dat Wim als ongewenste vreemdeling het land uitgezet kon worden; zijn straf was onterecht.......


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube