Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

’Krijg toch allemaal de klere’ in 19e-eeuws Enkhuizen

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: klaas koeman en paul gutter

Een gezin op de Vissersdijk
Een gezin op de Vissersdijk
Zou Danny de Munk eigenlijk wel weten wat hij iemand toewenst, als hij tijdens een concert ’Krijg toch allemaal de klere’ zingt? Cholera maakte tot begin twintigste eeuw talloze slachtoffers, ook in Enkhuizen. Vooral de slechte hygiëne was de boosdoener.

'De Poepdoos'
'De Poepdoos'
Al in juli 1831 waarschuwde de gouverneur van Holland – de toenmalige commissaris van de koningin – het gemeentebestuur voor cholera. De haringvloot had Scandinavische havens aangedaan waar de ziekte heerste. Het was niet zomaar een waarschuwing, maar “een ernstige aanmaning alle behoedzaamheid te doen gebruiken”. Ook de plaatselijke geneeskundige commissie drong er bij burgemeester Van der Willige op aan om de bemanning eerst een tijdje in quarantaine te zetten. Liefst in een gebouw buiten de Vest. Als de dood was men voor de nieuwe ziekte die Europa sinds een jaar teisterde. In 1831 ontsnapte Nederland nog aan de cholera, maar in 1832 was het in verschillende Nederlandse steden wel raak. In 1833 en 1843 raasde de ziekte ook door Enkhuizen.

Inenten

Ook malaria en pokken grepen in die jaren om zich heen. Pokken was de enige ziekte waar men wat aan kon doen. De Engelse arts Edward Jenner ontdekte aan het einde van de 18e eeuw dat inenten met koepokken mensen immuun maakte voor pokken. Nu kon de overheid de bevolking niet dwingen om zich te laten inenten, maar men propageerde het wel.

Het werd zelfs zo belangrijk gevonden dat de gouverneur jaarlijks op de hoogte gehouden moest worden over het succes van de propaganda. Hij wilde precies weten hoeveel mensen er in de gemeente ingeënt waren. Niet-ingeënte kinderen werden niet toegelaten op de stadsscholen.
De oorzaken van al die ziektes waren niet bekend. Malaria zou door de bedorven lucht boven stilstaand water verspreid worden. Vervuild grondwater zou de cholera kunnen veroorzaken, maar men wist het niet zeker. Pas laat in de negentiende eeuw ontdekte men de exacte oorzaken en werden maatregelen getroffen om epidemieën te voorkomen.

Zo bleek malaria veroorzaakt te worden door muggen, die weer gedijen bij stilstaand water. In veel Europese landen was de ziekte toen al verdwenen, maar in de provincies Holland en Zeeland tierde malaria nog welig. Voor veel stedelingen was de remedie duidelijk: weg met stilstaand water en dus met de grachten. Dan was je meteen van de stank af. Wie een 17e-eeuwse plattegrond van Enkhuizen naast een moderne kaart legt, ziet hoe radicaal het probleem is aangepakt. Veel grachtjes en havens zijn verdwenen.

Cholera bestrijden is echter vooral een kwestie van hygiëne. Wanneer ontlasting in het drinkwater kan terechtkomen, is de kans op cholera- en tyfusbesmetting zeer groot. En daar school in Enkhuizen het voornaamste probleem. Het rapport van de gemeenteopzichter en de inspecteurveldwachter uit april 1894 liegt er wat dat betreft niet om. De hygiëne in Wijk 1 – het noordwestelijke deel van de stad met als zuidelijke grens de Westerstraat – was erbarmelijk. De ambtenaar vraagt zich zelfs af of dergelijke krotten nog wel als woningen gebruikt zouden moeten worden.

Op verschillende erven trof hij ’mesthoopen’ aan, waarvan het vocht gewoon over de grond wegvloeide. “Somtijds zelfs langs een regenwaterbak, die geheel lek is en waaruit het water als drinkwater dienst moet doen.” Bij andere huizen liep juist het vuile gootwater in de regenbak. Een modderpoel voor de deur was ook niet ongewoon. Door gebrek aan behoorlijke riolen of voldoende afwatering liep het vuile water zo de huizen binnen, waardoor een ’ondraaglijke stank’ ontstond. In een van de regenbakken bevond zich volgens de inspecteur “een walgelijk vocht, dat nog als drinkwater wordt gebruikt.”

’Allerellendigst’

In een bepaald huis, dat plaats bood aan drie gezinnen, was de toestand toch wel ’allerellendigst’. “Ongesloten privaten bevinden zich onmiddellijk tegen de haard, waar het eten gekookt wordt. Een poel van vocht en vuil bevindt zich bovendien bij den achteringang en in het woonvertrek hangt een bepaald bedorven lucht.”

Dit soort rapporten, samen met de bevindingen van de medische wetenschap, overtuigden het gemeentebestuur dat er dringend iets moest gebeuren. In Enkhuizen had men daarom al in 1891 besloten een tonnetjessysteem in te voeren voor de ontlasting. Het was nog lang niet ideaal, maar het hielp.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube