Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Nederlandse vlag op veerboot hielp niks in oorlog

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Vertrek veerboot R. van Hasselt in 1910
Vertrek veerboot R. van Hasselt in 1910
Teake van der Schuit voer op verschillende veerboten tussen Enkhuizen en Stavoren, en ook onder meerdere kapiteins. Hij heeft zelfs nog gevaren op de oude Friesland, een van de laatste raderschepen.

De Friesland was een zeer snel schip, maar de grote raderen aan de zijkant maakten het kwetsbaar bij ijsgang. Dat kwam toen nog bijna elk jaar voor, waardoor de Friesland vaak als een van de eersten uit de vaart genomen werd.

In 1915 liet rederij Bosman twee nieuwe schepen bouwen, de R. van Hasselt en de C. Bosman. In 1923 werd het motorschip W. F. v.d. Wyck in de vaart genomen. In die jaren werden soms wel 300.000 passagiers vervoerd. Maar de Afsluitdijk deed de veerschepen zware concurrentie aan. Van der Schuit herinnert zich een reis met maar vier passagiers. Die stapten meer dood dan levend in Stavoren aan de wal. Een zware noordwester had hun het leven behoorlijk zuur gemaakt.

Ook de pontdiensten stonden onder druk, 45.000 wagons per jaar waren er ooit vervoerd. Na 1932, in dat jaar ging de Afsluitdijk open, werd dat aantal steeds minder. Uiteindelijk voeren ze alleen nog op dinsdag en vrijdag, dan was er markt in Sneek en Leeuwarden.

In de meidagen van 1940 was Van der Schuit plaatsvervangend kapitein op de C. Bosman. Het schip lag in Stavoren. Duitse soldaten probeerden het schip vaarklaar te maken, maar het Nederlandse marineschip H.M. Friso voorkwam dat met enkele voltreffers. Het grootste deel van de bemanning en de dienstdoende kapitein van de C. Bosman waren al gevlucht. In Warns hadden ze in een woonboot hun toevlucht gezocht.

Na de capitulatie moesten ze hun schip weer vaarklaar maken. Niet alleen hadden de granaten het voorschip goed geraakt, maar Duitse soldaten hadden een enorme puinhoop op het schip achter gelaten.

In de oorlog werd er doorgevaren. De bemanning schilderde een grote Nederlandse vlag op het dak van de stuurhut, maar dat hielp niet veel. Tweemaal maakte Van der Schuit een aanval van de Engelse luchtmacht mee. In februari 1943 werd het schip doorzeefd door de boordwapens van een Engels vliegtuig. Een dode en drie gewonden waren het gevolg. De kogelgaten zaten van de waterlijn tot boven in de mast. Met moeite bereikten ze Enkhuizen, omdat veel stoomleidingen lek geschoten waren. In februari 1944 werd de C. Bosman in het Krabbersgat bestookt door een Engelse bommenwerper. De bommen misten het schip, maar de meeste ramen lagen eruit.

In 1956 werd Teake van der Schuit officieel kapitein. Hij voer op de Waalstroom. Dat schip onderhield een veerdienst tussen Lemmer en Amsterdam. In juli van datzelfde jaar voer hij in bijzonder slecht weer de sluisdeuren van de Oranje Sluizen bij Amsterdam aan gort. Hij moest de voor hem onbekende Zuiderkolk invaren. Om niet te verlageren moest hij vaart houden. Helaas is de invaart van de Zuiderkolk een stuk korter dan bij de andere kolken.

De verklaring van de sluismeester - slecht weer, onbekendheid met de situatie, overmacht - zorgde ervoor dat de carrière van de nieuwbakken kapitein geen schade opliep. Nog diezelfde maand ramde de Waalstroom 's avonds een Vo-lendams vissersschip. De schipper daarvan gaf eerlijk toe dat hij geen lichten gevoerd had en dat de complete bemanning onderdeks koffie zat te drinken.

Teake van der Schuit stapte in september 1956 over op de R. van Hasselt. Nog zes jaar voer hij tussen Enkhuizen en Stavoren. Toen ging hij met pensioen, na meer dan 42 jaar varen.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube