Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Cor Druif kende hele wagenpark uit zijn hoofd

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Tekening van Cor Druif 'vrij naar Tholen'
Tekening van Cor Druif 'vrij naar Tholen'
Cor Druif voelde zich het boerenjochie uit Hauwert dat in de grote stad was beland. Hij keek zijn ogen uit. Samen met zijn vriend Cor Pruis zwierf hij door Enkhuizen. Op een keer mocht hij mee met 'Opa Geert', de vader van zijn baas Evert de Vries. Een rijnaak ging vanaf de dwarshelling van scheepswerf Vooruit te water. De halve stad stond te kijken.

Cor had grote bewondering voor Geert de Vries, met zijn grote verzameling schetsen en tekeningen van verschillende kunstenaars. Ook het werk van Geert zelf mocht er wezen. De beroemde schilder Tholen had zich tijdens vele bezoeken aan de werkplaats met waardering over de tekeningen uitgelaten.

Cor zat graag op het stoepen-bankje van Zuiderhavendijk 75, het huis met het trappetje, waar hij in de kost was. Zeker als een van de muziekkorpsen langskwam. Het Stedelijk bijvoorbeeld met de adjunct-dirigent Jongbloed die met zijn strohoed de maat zwaaide. In het normale leven was hij deurwaarder.

Naast het Stedelijk was er nog de Eendracht die langs kon marcheren,en anders trok Patrimonium wel voorbij, het christelijk fanfarekorps onder de trotse naam Harpe Sions dat Enkhuizers onmiddellijk verbasterden tot 'arme Simmen'. Bij concerten van deze korpsen in de muziektent in de Paktuinen was de hele stad aanwezig en tot op de Wilhelminabrug stond het publiek te luisteren. Ook op het Rad werd gespeeld. De Eendracht, onder leiding van Willem Keppel, speelde dan op schuiten in de gracht.

Maar ook rondtrekkende muzikanten trokken de aandacht. Duitsers met een trompet, trombone en een kleine trom en uiteraard een uniformpet speelden alsof hun leven ervan afhing. Financieel was dat ook zo. Net zoals voor de muzikanten in Volendammer kostuum. Wilde het ergens op lijken, dan hoorde er een loeiende trombone bij.

Vaste prik was op donderdag Wolters die met zijn draaiorgel door de stad trok, 'Hittepetit' en een wals van Waldteufel hoorden tot zijn vaste repertoire. Weer andere muziek klonk in de stad als Crevecoeur 's woensdags het carillon van de Zuiderkerk bespeelde.

Andere geluiden die je op je stoepenbankje kon horen waren wat minder muzikaal. Hein Lub die melancholiek zijn 'Nieuwe-diepertjes' aanprees, 'wat zijne ze mooi en bruin' klonk dan over de gracht. Wat Audifred precies riep, daar is Cor Druif nooit helemaal achter gekomen. In ieder geval had het iets met rommel en vodden te maken.

Ook Tjip de Otter, zijn echte naam wist Cor ook niet, riep allerlei onduidelijks over straat. Dat was wel wat lastig, omdat de man de stadsomroeper was. Jan de Slinger kon je tenminste verstaan, die riep gewoon dat ie móóóóóie slabódóóóne had. Een collega-groenteman riep eveneens hard, maar volslagen onverstaanbaar dat hij ook iets verkocht. Het zal wel groente geweest zijn, maar hoe die man aan zijn bijnaam 'Vodde-Visser' kwam...?

Het meest merkwaardige geluid dat je kon horen op het stoepenbankje was het geloei van koeien uit de richting van het Krabbersgat. Merkwaardig, totdat je je realiseerde dat het wel een van de pontveren uit Friesland zou zijn die de Spoor-haven invoer.

Hoorde je een auto dan zat Cor Druif direct rechtop. Cor kende alle auto's in de stad. De Lancia van Emmerling, de Monitor van Van der Spruijt, de Citroen van Jan Schild, de Berg-mann van Postumius, de rode Bentz van De Wit, en de De Di-on Bouton van Van der Deure. Naast een enkel vrachtautootje was dit het gehele 'wagenpark' van Enkhuizen!


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube