Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Orgelspel Crevecoeur 'een preek na de preek'

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Orgelspel Crevecoeur 'een preek na de preek'
In 1890 benoemde de kerkenraad R.G. Crevecoeur (1867-1934) tot organist van de Westerkerk. In hetzelfde jaar solliciteerde hij naar de functie van beiaardier. Crevecoeur werd aangenomen en op zaterdag 30 augustus bespeelde hij voor het eerst de carillons van de Zuidertoren en de Drom-medaris, ter gelegenheid van Koninginnedag een dag later.

In het sociaal-culturele leven van die tijd, zonder radio of televisie, speelde muziek een grote rol. Concerten en uitvoeringen waren belangrijke gebeurtenissen. Zelf actief muziek maken was een populaire vrijetijdsbesteding. Het belang van orgelmuziek in de protestante eredienst hoeven we hier niet uit te leggen.

Crevecoeur kreeg een centrale positie in dat muziekleven in Enkhuizen. Stem en Snaren, de christelijke zangvereniging, werd onder zijn leiding een erkende oratoriumvereniging. In 1933 speelde de vereniging Bach's 'Matthäus Passion' in de Westerkerk. Een hoogtepunt in zowel de carrière van Crevecoeur als van het koor. Daarnaast was hij ook dirigent van het symfonieorkest Crescendo en het Toonkunstkoor.

Als organist verdiende hij eveneens zijn sporen. Hij gaf talloze orgelconcerten. Dominee Meyer noemde zijn orgelspel tijdens en na de dienst 'een preek na de preek'. De dominee zou later het grafmonument van Crevecoeur op de Openbare Begraafplaats ontwerpen. Crevecoeur voerde het 'ritmisch' zingen in. Daarbij zong de gemeente de psalmen niet meer op hele noten, maar veel sneller en afwisselender. De keuze voor deze manier van zingen, speelde een rol in de strijd tussen de vrijzinnige en meer orthodoxe groeperingen in de protestante kerk van die tijd.

Zijn inzet leidde er ook toe dat in 1899 het orgel van de Westerkerk vernieuwd werd. Een actie waar nu niet iedereen even gelukkig mee is. Gelukkig zijn de authentieke orgelkassen gespaard gebleven voor de vernieuwingsdrift van de organist.

Voor veel Enkhuizers was hij de man van het carillonspel. Trijntje Drost, ze woonde op de Noorderhavendijk, beschreef hem als volgt: 'Naast dat lege huis (ook op de Noorderhavendijk, red.) woonde een familie Crevecoeur en mijnheer Crevecoeur gaf pianolessen en zanglessen. Verder was hij ook beiaardier. Hij bespeelde de carillons van de Zuiderkerk of de St. Pancraskerk en dat van de Drommedaris was het mooist, want dat speelde 'op zilver'. Als je vroeg wat daarmee bedoeld werd, was het antwoord: 'Nou gewoon, op zilver.' Niemand wist er het ware van.'

Crevecoeur was een klein driftig mannetje dat altijd holde, zeker van zijn ene leerling(e) naar de andere. Zijn optreden als beiaardier leidde in 1929 tot een enorme rel die zelfs landelijk aandacht kreeg. Het leek Crevecoeur wel een aardige gedachte om op 1 mei in zijn wekelijkse carillonconcert de 'Internationale te spelen. En zo werden 'de verworpenen der aarde' vanaf de Zuiderkerk opgeroepen om te ontwaken. De CHU-burgemeester ontplofte, net zoals de rechtse (lees: christelijke) fracties in de raad. De arme beiaardier, zelf ook lid van de CHU, moest bij de burgemeester op het matje komen om een uitbrander in ontvangst te nemen. En dat leidde weer tot een scherpe reactie van de SDAP-fractie. Voor zijn populariteit heeft de affaire geen gevolgen gehad.

Crevecoeur is zijn hele leven in Enkhuizen gebleven. Dat was een bewuste keuze. „Ik heb verkozen een leiderschap op mijn gebied in een kleine plaats, boven het zijn van een van de velen in een van de belangrijker muziekcentra", zo verklaarde hij rond 1911 tegen de musicoloog/schrijver Wouter Hutschenruyter.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube