Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Alle Belgen naar de Rijksbetonning

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Een miljoen Belgen vluchtten in het najaar van 1914 over de grens. Het Duitse leger, getergd door het verzet van het Belgische leger, voerde een terreur uit onder de bevolking. Ook Enkhuizen ving ze op.

Op 6 oktober was Antwerpen onder bereik van de Duitse kanonnen gekomen, in de dagen daarna werd de stad genadeloos gebombardeerd. Heel Belgen-land leek richting Nederlandse grens te strompelen, schreef een journalist. 'Achter mij een ware vuurzee, arme lieve Schelde-stad. Eenmaal onze hoop en weelde, schoone have, dierb're schat', dichtte een van de vluchtelingen.
Nederland ontving de vluchtelingen met open armen. De regering maakte zich zelfs zorgen, de pro-Belgische gevoelens mochten niet ontaarden in al te sterke anti-Duitse sentimenten: die zouden de Nederlandse neutraliteit in gevaar kunnen brengen.

Al in september verscheen in de Enkhuizer Courant de eerste oproep om steun aan de Belgen. Maar het zou nog een maand duren voordat er vluchtelingen in Enkhuizen kwamen. Het verhaal ging door de stad dat de West-Friese steden nog geen vluchtelingen op hoefden te vangen, omdat men eerst wilde afwachten of Duitsland Nederland zou aanvallen. In dat geval zouden delen van Nederland onder water gezet worden. De vluchtelingenstroom die dat zou opleveren zou naar West-Friesland kunnen gaan. Maar het zag er naar uit dat de Duitsers de Nederlandse neutraliteit respecteerden. Zodoende werden de eerste Belgische vluchtelingen pas in oktober naar Enkhuizen gebracht.

Guurtje Garms was uiterst nieuwsgierig. In haar dagboek schreef ze dat ze op 11 oktober een paar keer naar het station gedraafd was om te kijken of ze er al aankwamen. De eerste Belgen kwamen pas 's avonds aan. De stakkers, schreef Guurtje vol medelijden. De groep kreeg koffie en brood en werd naar het Rijksbetonningsmagazijn op de Bierkade gebracht. Later kregen ze ook onderdak in het weeshuis, de pastorie, de diaconie en het St. Nicolaasgesticht. De wat rijkere Belgen gingen naar Hotel du Passage en Die Porte van Cleve.

De burgemeester riep op om spullen naar de Betonning te brengen, een paar dagen later werd er specifiek om kinderspeelgoed gevraagd. Treintje Drost herinnerde zich jaren later nog dat ze door die oproep in de problemen kwam. Haar moeder wilde dat ze ook een spelletje aan die arme Belgische kinderen zou geven, maar Treintje had maar twee spelletjes! Ze kon met de grootste moeite een keuze maken.

Guurtje ontmoette in het naaiatelier waar ze werkte het Belgisch meisje Louise. Ze werden vriendinnen. Regelmatig was Louise te gast bij Guurtje thuis. Het meisje sliep in de Betonning. Iedereen lag in de grote zalen in lange rijen op stro. Guurtje werd er gedeprimeerd van. Een tijdje mocht Louise het gebouw ook niet uit, omdat er roodvonk heerste. In april 1915 vertrok ze met haar ouders naar Engeland. De familie Garms en ook Louise waren daar erg verdrietig om. In 1918 schreef Louise dat ze ging trouwen met een Engelsman.

In het voorjaar van 1915 waren de meeste vluchtelingen alweer vertrokken. Met zachte drang zoals het toen heette. Eerlijk gezegd werd het ook een beetje tijd. De Belgen waren toch echt anders. De nonnen van het St. Nicolaasgesticht bijvoorbeeld irriteerden zich aan de katholieke vluchtelingen, die het met de geloofsregels niet zo nauw namen. En wat de hele stad vreemd vond, was dat er zo gauw er een orgel speelde, er een groep Belgen bij stond te dansen. Niet alle Belgen gingen terug. Twee meisjes bleven achter: zij hadden inmiddels een Enkhuizer jongen gevonden!


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube