Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

De dagboekjes van Guurtje Garms (3)

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

De vier zusters (vlnr) Guurtje, Maartje, Neeljte en Geertje
De vier zusters (vlnr) Guurtje, Maartje, Neeljte en Geertje
Guurtje Garms was een gelovige vrouw. Herhaaldelijk getuigde zij in haar boekjes van haar onwankelbare geloof in Christus. Die was haar grote voorbeeld. Zo nam zij zich regelmatig voor om serieuzer te worden.

Lachbuien en meligheid hoorden niet bij een christelijk leven, vond ze. Op nieuwjaarsdag 1911 deelde ze dit voornemen ernstig aan haar familie mee. Beledigd schreef ze dat zowel haar familie als haar vrienden in lachen waren uitgebarsten.

Zij had weinig op met de moderne, vrijzinnige, dominees. In september 1913 schreef ze dat zo'n preek van een moderne dominee je zo koud liet. Je gaat weer zo leeg naar huis, schreef ze letterlijk.
Regelmatig noteerde ze opgelucht dat 'we' weer gewonnen hadden bij een benoeming van een orthodoxe dominee. Soms was er een avonddienst voor de modernen en een voor 'ons'. Ze bezocht wel eens een dienst in de Roomse Kerk, bij de Luthersen of bij de Apostolischen. Maar haar religieuze thuisbasis bleef de Zuiderkerk.

Afrika
Ze was verdrietig, toen de door haar bewonderde dominee Koning vertrok om evangelisatiewerk in Afrika te gaan doen. Bij het afscheid kreeg ze persoonlijk een portret van 'haar' dominee. Ze was daar erg trots op. Het leek haar ook wel wat om zo onder de zwartjes te werken, schreef ze later. Maar zij moest het doen met de jongelingenvereniging en de kleuterschool. Dezelfde dominee Koning had haar overgehaald om zondagschooljuf te worden.

Na enige aarzeling, ze wist niet of ze het kon, stemde ze toe. Voor de jongelingenvereniging maakte ze kleren die een keer per jaar uitgedeeld werden aan de armen.

Heel veel tijd en energie besteedde ze aan de Nederlands Christelijke Geheelonthouders Vereeniging. Drank beschouwde ze als het grote kwaad van haar tijd. Ze was diep onder de indruk als ze zag dat een dronken man door zijn vrouw uit het café werd gehaald of haar eigen vader weer eens ruzie maakte. Ze vond het ook een rottijd als het weer kermis was; zoveel dronken mensen in de . stad. Ze colporteerde met allerlei propagandamateriaal. Ook verkocht ze een keer luciferdoosjes op Koninginnedag in de Westerstraat. Ze vond dat vreselijk leuk werk, maar thuis kreeg ze een standje, want dat was toch niet echt gepast.

Overdrijven
Tegen haar zin werd ze bestuurslid. „Nederigheid is goed, maar je moet niet overdrijven", hadden de leden tegen haar gezegd. En zo zat ze sinds september 1912 achter de bestuurstafel.

De overgebleven vrije tijd vulde ze met wandelen en lezen. Vooral in het Suud en langs de zeekant mocht ze graag lopen. Het weer maakte haar niet uit. Ook met storm en regen was de zee prachtig. Alleen waren de straten soms zo smerig en modderig dat het eigenlijk geen doen was.

Door haar boekjes weten we wat ze las. 'De wapens neer' van Bertha van Suttner vond ze een goed boek, alleen jammer dat er een ongelovige toon uit sprak. 'Schetsen uit de pastorij te Mastland' van Ds. CE. van Koetsveld uit 1843 las ze. Het ging over een afgelegen dorp in het midden van de negentiende eeuw. Maar ook 'Majoor Frans' van mevrouw Bosboom-Tous-saint of de 'Pelgrimsreizen' van de zeventiende-eeuwse dominee John Bunyan werden aandachtig bestudeerd. Net zoals enkele boeken over oud Enkhuizen. Jammer genoeg vermeldt ze de titels niet.

In 1919 schrijft ze haar laatste stukje. Tien jaar lang had Guurtje het volgehouden. Jammer, denk je als lezer, je gaat haar bijna missen.

« De dagboekjes van Guurtje Garms (2)  


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube