Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Mopperende vissers: ’Ze dansen op ons graf’

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: door klaas koeman en paul gutter

Koningin Wilhelmina met Wethouder Stapel
Koningin Wilhelmina met Wethouder Stapel
De Zuiderzee Visserij Tentoonstelling in 1930 zorgde in Enkhuizen voor gemengde gevoelens. Enerzijds werd reikhalzend uitgekeken naar het bezoek van koningin Wilhelmina aan de stad, anderzijds zagen de vissers het einde van hun broodwinning naderen.

Op 5 september 1930 kwam de koningin naar Enkhuizen. Om een beetje op tijd te arriveren moest de koninklijke trein al om vijf over zes uit Apeldoorn vertrekken. Wilhelmina vond dat goed, maar eiste wel dat haar wagon al de avond daarvoor klaar stond. Daags tevoren hadden koningin-moeder Emma en de Javaanse prins R.A.A. Tjakranigrad de Z.V.T. al bezocht. Toch viel dit in het niet bij het bezoek van koningin Wilhelmina, prinsgemaal Hendrik en kroonprinses Juliana. Op deze dag zouden alle vissers van de Zuiderzee een vlootschouw houden. De koningin wilde hiermee afscheid nemen van de Zuiderzeevissers.

Botters in de haven vlak voor de vlootschouw
Botters in de haven vlak voor de vlootschouw
Veel vissers deden met gemengde gevoelens aan de tentoonstelling mee. “Ze dansen op ons graf”, werd er gemopperd. Maar behalve de Harderwijkers kwamen alle vissers van de Zuiderzee toch naar Enkhuizen gevaren. De havens lagen bomvol.

Om half tien arriveerde de koninklijke trein. Op het perron stonden burgemeester Zimmerman en een erewacht van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm. Patrimonium speelde het Wilhelmus terwijl de koningin en haar gevolg over de rode loper naar de hofauto’s liepen. Crevecoeur speelde op het carillon van de Zuiderkerk.

De route Spoorstraat, Wilhelminabrug, Venedie, Westerstraat en Breedstraat was uitbundig versierd. Dat gold niet voor de vissersbuurt ’t Suud. Op het stadhuis aangekomen kregen koningin Wilhelmina en Juliana een bloemetje van Jeltje Roosendaal en Meinoutje Sluis, dochters van twee raadsleden.

De koningin sprak over de nieuwe toekomst die Enkhuizen en omgeving wachtte nu de Zuiderzee zou verdwijnen. Zij roemde de moed en volharding van de vissers en hoopte dat ook zij, met behoud van de vrome inborst, een nieuwe toekomst zouden vinden. Daarna liep zij het balkon op voor een aubade van de schooljeugd.

Om kwart over tien ging het gezelschap richting tentoonstelling. Daar wachtte wethouder Cornelis Stapel, tevens voorzitter van het Z.V.T.-bestuur hen op. Als Wilhelmina haar eigen gang had willen gaan, dan kon ze dat meteen vergeten. Met zijn zeer West-Friese ’Dut op, majesteit’ leidde Stapel haar het hele terrein over.

Om twee uur stapte de koninklijke familie aan boord van het marineschip De Mercuur voor de vlootschouw. Jammer genoeg waren er geen vissersschepen op het water. Het woei te hard en door de oostenwind was de Enkhuizer kust lager wal geworden. Op het moment dat de wind afzwakte, hadden veel vissers al besloten om er met hun gezin een dagje uit van te maken en de vlootschouw de vlootschouw te laten.
Wilhelmina liet het er niet bij zitten. In haar auto reed ze langs de overvolle havens en sprak daar alsnog de vissers toe. Als een lopend vuurtje ging het door de stad dat zij bij de havens was. Al snel kwamen alle vissers uit de stad om haar vanaf hun schepen toe te juichen. Zelfs ’t Suud stroomde vol.

Om vier uur stapte de koningin onder grote belangstelling op de trein. De burgemeester was vermoedelijk opgelucht. Het gerucht ging dat de vissers niet waren uitgevaren uit protest. Tegen de gebrekkige compensatieregeling voor de schade die zij leden door de aanleg van de Afsluitdijk.

Als dank voor de mooie dag in Enkhuizen, kregen zowel burgemeester Zimmerman als wethouder Stapel enkele dagen later van Wilhelmina een lintje. “Da’s pittig van d’r”, zal de wethouder wel gedacht hebben.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube