Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

De dagboekjes van Guurtje Garms (1)

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

De vier zusters (vlnr) Guurtje, Maartje, Neeljte en Geertje
De vier zusters (vlnr) Guurtje, Maartje, Neeljte en Geertje
Op 11 november 1909, ze was toen 24, begon Guurtje Garms aan haar eerste dagboekje. Ze zou het tot 5 januari 1919 volhouden. Dertien boekjes zijn bewaard gebleven, de één na laatste is verloren gegaan. Ze schreef er niet elke dag in, vaak elke twee, drie dagen, soms een keer per week. Een tussenpoos van veertien dagen was veel.

Ze hield de alledaagse zaken bij, wat ze beleefd had, wie ze gesproken had. Maar soms was de toon ernstiger, dan schreef ze religieuze bespiegelingen op, bijna gebeden. In de eerste jaren keek ze ook zeer kritisch naar zichzelf. Ze vond zichzelf te vrolijk, te frivool bijna. Dan wilde ze dat ze ouder en ernstiger was.

Later schreef ze dat ze wat somber kon zijn, dan leken de dagen wel erg op elkaar. Gelukkig dreven die donkere buien snel weer over. In haar eerste stukje schreef Guurtje Garms dat ze de boekjes begonnen was om een uitlaatklep te hebben. Ze wilde niet altijd mensen nodig hebben om zich te kunnen uiten. Geurtje schreef veel over haar familie. Over haar oudste broer Jan bijvoorbeeld.

Sleepboot
Jan was sleepbootkapitein bij rederij Goedkoop in Amsterdam. Met enige regelmaat was hij met zijn schip (zijn bootje schreef Guurtje) in Enkhuizen. Het baarde Geurtje veel zorgen dat het tussen Jans vrouw Mien en de familie niet altijd boterde. Soms ging het een hele periode goed; er werd dan veel gecorrespondeerd. Japie, het zoontje van Jan en Mien logeerde vaak in Enkhuizen. Maar er waren ook hele periodes dat er geen contact was tussen Enkhuizen en Amsterdam.

Geertje, de jongere zuster van Guurtje, kon lastig zijn thuis. Ze veroorzaakte dan een vervelende, bijna ruzieachtige sfeer. Ze wisselde ook vaak van werkgeefster, soms was ze gezelschapsdame, soms huishoudster.

Het leek wel of ze het nergens echt lang kon uithouden. Dat werd beter toen ze trouwde en in Andijk ging wonen. Haar man (een Lub) was stoker op het gemaal daar. De contacten tussen de zusters-werden, zeker toen Geertje kinderen had, zeer intensief. Guurtje ging regelmatig naar Andijk om haar zuster te helpen, zoals bij de inmaak.

Guurtje trok vaak op met haar oudste zuster Maartje. Eigenlijk was dat een voorkind. Haar moeder, Aafje Kooij, had haar al toen ze met Klaas Garms trouwde. Bij hun huwelijk werd het kind erkend en dus gewettigd.

Volksziekte
Ook met zuster Neeltje, die in de winkel van Henstra werkte, trok Guurtje veel op. Over haar jongere broers, Arien, Johannes en Pieter schreef ze wat minder.
Guurtje maakte zich veel zorgen om haar moeder. Zij leed aan tbc, een dodelijke volksziekte in die jaren. Vooral als haar moeder bloed ophoestte was er bijna sprake van paniek. Regelmatig moest dokter Van der Lee, of de andere huisarts in Enkhuizen, dokter Corts komen om de arme vrouw te helpen. Aafje Kooij overleed in 1916.

Zwaar
Haar man, Klaas Garms, was toen al overleden. Een enkele keer had Guurtje over haar vader geschreven. Hij was alcoholist, en maakte, als hij gedronken had, ruzie thuis. Hij overleed in 1913 aan een leverziekte.

Guurtje heeft zijn ziekte en sterfbed uitgebreid beschreven. Dat er plotseling onbekende ooms en tantes opdoken die ze nog nooit gezien had. Hoe blij ze was dat haar vader, tot verbazing van dokter Corts, weinig pijn had. Hoe zwaar haar het waken, en het regelmatig keren van haar vader in het bed, viel. En hoe opgelucht iedereen was dat haar vader een rustig sterfbed had gehad.

  De dagboekjes van Guurtje Garms (2) »


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube