Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Medelijden met alles wat jong was in de stad

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Medelijden met alles wat jong was in de stad
In de Enkhuizer Courant van 9 januari 1930 stond een verslag van een bezoek dat twee journalisten gebracht hadden aan Enkhuizen. 'De Stille Stad - indrukken opgedaan in Enkhuizen' heette het artikel Het was eerder verschenen in Het Haarlems Dagblad

'De breede lange straat is leeg en ver. De storm, die van de Zuiderzee komt, blaast erdoor', zo viel in de eerste alinea te lezen. De straat was verlaten, er waren geen grote winkels, eigenlijk waren er helemaal geen winkels. Het enige verkeer was een auto van de stadsreiniging. Midden op straat zat een poes zich te wassen.

De heren bleken in de Breedstraat te zijn, want even later bezochten ze het stadhuis. Uiteraard was er een oude conciërge die de heren wel wilde rondleiden. Het stadhuis deed ze denken aan oude gravures van buitenplaatsen met statige oprijlanen. In de raadszaal leefde nog flauwtjes de geschiedenis. Toen was Enkhuizen nog een machtige stad met veertigduizend inwoners, en werd het zware en massieve pand gebouwd, dat door de ramen te zien was: het pakhuis van de Oost-Indische Compagnie.

De heren journalisten spraken er schande van dat in die fraaie raadszaal een afschuwelijke vergulde pendule stond, geschonken door een of andere burgemeester. De oude conciërge had niets gezegd, maar de heren naar de hal geleid waar een groot doek van Potter hing. Hun rondleider had nog geprobeerd de journalisten ervan te overtuigen dat de stad er op vooruitgegaan was. De bevolking was in zijn tijd gegroeid van 6.000 naar 9.000 mensen, er was een scheepswerf gekomen en een fabriek met wel 20 man op kantoor... Hij stond erbij alsof hij pleitte voor een verloren zaak, zo schreven ze later.

Kale boom

Voor het stadhuis stond een kale boom met een keurig geschilderd hekje eromheen. Volgens het bordje was dit de Wilhelminaboom. Het was nog een jongenboom en wekte dus medelijden op. Omdat je medelijden kreeg met alles wat jong was in deze stad.

De journalisten bezochten ook de Zuiderkerk. In de kerk was wat kalk weggehaald, twee kleine kleurige plekken aan de wand onthulden een Sint Joris met de Draak. Meer kalk was er niet weggehaald, want het geld was op. De kostersvrouw had hen ook nog de oud-Hollandse vergaderkamer laten zien. De heren waren ontploft, de kerkvoogden hadden in deze fraaie kamer met zware balken en glas-in-loodruitjes een moderne groen geverfde brandkast gezet en onder de antieke schouw: een foeilelijke potkachel!

In de smalle Westerstraat werden ze nagestaard door de bevolking die blijkbaar geen vreemdelingen gewend was. Ze vielen over een mooie trapgevel met een lelijke moderne etalage. Zelfs de scheepswerf Vooruit, achter de plompe dikke oude vestingtoren, de Dromedaris was een doorn in de ogen van de journalisten. Het lawaai van de machines kon de moede oude sfeer in de stad niet verjagen

En verderop lag, binnen de vestingwallen, zelfs een dorp, met vaarten en grachten en heu se stolpboerderijen. En dat in een tijd dat in West-Nederland alle steden uit hun voegen knapten. De schrijvers konden zich goed voorstellen dat de reizigers die met de trein aankwamen zich onmiddellijk naar de boot naar Staveren haastten.

Je kunt je afvragen waarom de Enkhuizer Courant dit artikel eigenlijk plaatste. Om curiositeitswille, zo schreef de krant. Uit verbazing zou ook een goede verklaring geweest zijn. Dat er zo negatief over Enkhuizen geschreven kon worden!


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube