Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Alle beschermengeltjes op het perron

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Ro en haar broer Max in 1947.
Ro en haar broer Max in 1947.
Op 5 mei 1943 dook de familie Snijders onder. Dat moest, want Klaartje's ouders, Jacob en Roosje Akker waren vanuit Westerbork op transport gesteld. Er was niets meer wat ze in Amsterdam hield. Sterker nog, het was er levensgevaarlijk geworden. Elk moment kon de Grüne Polizei of de SS weer voor de deur staan. Elk moment kon er iemand bij een razzia opgepakt worden.

Enkhuizer verzetsmensen had-, den een onderduikadres in Anna Paulowna geregeld. De ouders gingen eerst met de tram naar het station en de kinderen zouden hen later volgen.

Zonder ster stapten ze voor het eerst in de tram. Al die tijd had dat niet gemogen. Op het perron kwamen ze mensen uit Enkhuizen tegen. En wat zeiden die keihard: 'Ha, Klaartje en Leo, wat doen jullie hier? Jullie mogen toch niet met de trein?'.

De wereld stond even stil. Alles wat de familie aan beschermengeltjes had moet op dat moment op het perron aanwezig zijn geweest. Ro's ouders maakten zich er met een smoesje van af en er gebeurde verder niets. Eén foute Nederlander en de reis was op een ramp uitgelopen.

In Anna Paulona konden de kinderen naar buiten. Ze waren officieel op het platteland om aan te sterken in de frisse lucht. Helemaal veilig was het hier ook niet. Op een gegeven moment stonden de Duitsers voor deur, op zoek naar joden. De brutale, en moedige, dochter des huizes flirtte wat met de soldaten en nodigde ze uit het huis binnen te komen met de woorden: 'Kom gerust kijken, het zit hier vol joden. Alleen koffie heb ik niet meer voor jullie'.

Dit terwijl de hele familie Snijder angstig in een geïmproviseerde schuilplaats boven achter het behang stond. De soldaten vertrokken zonder het huis te onderzoeken, sterker nog de volgende dag kwam één van hen een pak koffie brengen!

Uiteindelijk moesten de Snijders daar weg. Er werden nieuwe adressen geregeld. Maar het gezin kon niet meer bij elkaar blijven. Na een korte periode in Blokker belandde Ro bij de familie Broers in de Streek.

Ro vond de familie Broers aardige mensen, ook na de oorlog heeft ze nog contact met hen gehouden. Ze was niet de enige onderduiker. Er waren jonge mannen die ondergedoken waren om aan de Arbeit-seinsatz te ontkomen. Later kwam er nog een ondervoed kind uit Amsterdam bij.

De laatste maanden van de oorlog verstopte het verzet ook nog wapens in het boerderijtje van de familie. Mevrouw Broers lag toen in het ziekenhuis. Ro weet bijna zeker dat vader Broers dat van de wapens maar niet verteld heeft.

Ze herinnerde zich dat de mannen met hun bazooka's en machinepistolen in de woonkamer 'speelden'. Het was allemaal levensgevaarlijk, maar wel enorm spannend. Gelukkig zijn er geen ongelukken gebeurd en zijn de wapens ook nooit gebruikt.

Gevaarlijk waren de razzia's in het dorp. De Duitsers wisten dat er op het platteland veel onderduikers zaten. Een keer was een razzia extra gevaarlijk voor Ro: ze hoorden dat er een Enkhuizer NSB'er bij zat. Hij zou haar kunnen herkennen. Razendsnel werd Ro naar een korenveld
gebracht, daar moest ze in blijven liggen totdat ze weer opgehaald werd. De hele tijd hoorde ze om haar heen mannen rennen en over de slootjes springen: andere onderduikers die ook een goed heen komen zochten. Gelukkig liep het goed af. Ro is tot het einde van de oorlog op dit onderduikadres gebleven.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube