Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Belasting omzeilen met vaatjes drank onder turf

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Pakhuizen aan het Waaigat (Kuipersdijk) omstreeks 1965. Zij zijn in 1978 verjplaatst naar de Wierdijk voor het Zuiderzeemuseum.
Pakhuizen aan het Waaigat (Kuipersdijk) omstreeks 1965. Zij zijn in 1978 verjplaatst naar de Wierdijk voor het Zuiderzeemuseum.
Bernardus Kuiper werd geboren in 1829 en stierf in 1891. Hij woonde op de hoek van de Oude Gracht en de Westerstraat. Er is wat meer over hem bekend doordat een achterkleinkind de verhalen die in de familie de ronde deden over haar overgrootvader heeft opgeschreven.

Bernard Kuiper had een winkeltje in zijn woonhuis. Naast levensmiddelen verkocht hij petroleum en aanmaakhoutjes. Of Bernard zelf vaak in de winkel stond is twijfelachtig. Gezien zijn andere activiteiten zullen zijn eerste en tweede vrouw -hij was driemaal getrouwd - de meeste tijd achter de toonbank gestaan hebben.

Er waren zoveel armen in de stad dat het doodnormaal was dat er één maatje warme koffie verkocht werd. In de familie werd verteld dat zo'n kopje gezet werd van een lood koffie, ongeveer 10 gram. Je gaf er een beetje gebrande poedersuiker bij.

Kuiper zette verschillende bedrijven op. Zo ging hij vaak met het beurtschip van de gebroeders Reus naar Genemuiden om de traditionele biezen matten te kopen. De matten werden doorverkocht aan handelaren die met een 'kettewagen' naar An-dijk en de Streek gingen. Voor Kampen stapte hij vaak al van boord om verder te lopen. Hij wilde niet dat zijn concurrenten - Swier werd genoemd - in de gaten kregen bij wie hij de matten kocht: daarmee had nie-
mand wat te maken.

Kuiper had ook een drankhandel. Hij kocht drank bij verschillende distillateurs in de omgeving en verkocht het aan de slijterijtjes in de stad. Het was nog de tijd dat de gemeente belasting hief op alle goederen die de stad binnen gebracht werden. De gemeentelijke belastingambtenaren hielden vooral de stadspoorten en de beide bomen in de gaten.

Verstopt
Kuiper ontdook deze belastingen regelmatig. Vaatjes drank werden in schuiten onder een laag turfjes verstopt. Om de aandacht van een commies af te leiden, ging hij bij de Boeren-boom staan. Zogenaamd om zijn 'jongens' op te wachten. Dat zijn 'jongens' dan via de Ouwe Gouwsboom de stad binnenglipten (of andersom) was voor iedereen duidelijk. Behalve voor de commiezen.

Misschien was het grootste bedrijf van Kuiper wel zijn brandstoffenhandel. Er waren turfschuren op het Waaigat, waar de turfschepen uit Drenthe en Overijssel gelost werden. Met turfwagens, wagens met een diepe bak, werd de brandstofbij de klanten bezorgd. Tot in Lutjebroek aan toe. Later handelde Kuiper ook in steenkool. Steenkool had een hoger rendement, maar veroorzaakte wel meer stof. Zeker als het in een open haard gestookt werd. Turfstrooisel verkocht hij nog lang aan de tuinders.

Kuiper werd een welvarend man. Hij verhuisde naar een nieuw pand: vlak bij zijn turfschuren liet hij een huis bouwen op de hoek van de Prinsenstraat en het Waaigat. De grond had hij al, hij had op die plek een slijterij die gesloopt werd. Zijn derde vrouw, Jantje Hart, hoefde toen niet meer in het winkeltje in de Westerstraat te staan. Dat winkeltje werd aan Roelof Loots verkocht.

Klein imperium
Ook investeerde Kuiper in onroerend goed. Prinsenstraat 21 was van hem, net als een aantal panden op de Zuiderhavendijk en een vijftal huizen aan de Prinsengracht. Ook bezat hij het huisje 'De Vier Kronen' op de Dijk, waarin vier gezinnen woonden. Uit deze aantekeningen komt Kuiper naar voren als een geslaagd zakenman, die in een periode van grote armoede en achteruitgang, een klein imperium opbouwde.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube