Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Burgerwacht mocht niet leren dekking zoeken

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

rond 1925: een school bij de schietberg van de schutterij in het plantsoen.
rond 1925: een school bij de schietberg van de schutterij in het plantsoen.
Voor 'God, Vaderland en Oranje' kwamen op 14 november 1918 een aantal Enkhuizers bij elkaar in hotel Die Port van Cleve. Aanleiding was de revolutiedreiging in Nederland. Troelstra, de leider van de SDAP, had twee dagen daarvoor in het parlement die revolutie min of meer voorspeld.

Door relletjes in Rotterdam en in het legerkamp de Harskamp en door de revoluties in Duitsland en Rusland leek hij gelijk te krijgen. In Die Port van Cleve stelden de voornamelijk christelijke en liberale aanwezigen een manifest op, waarin ze de revolutiepoging van Troelstra afkeurden. Of dat veel geholpen heeft, is niet bekend. In ieder geval is de revolutie niet doorgegaan.

Later werden in verschillende plaatsen zogenaamde Burgerwachten opgericht. Die moesten toekomstige revolutiepogingen in de kiem smoren. Het lidmaatschap was bijzonder aantrekkelijk omdat er echte schietoefeningen werden gehouden.

In Enkhuizen werd in april 1919 een Burgerwacht opgericht. Opvallend was het groot aantal ARP-leden dat in die Burgerwacht actief was. Het is dat meester Fluitman mee deed -hij was katholiek - anders was het een uitsluitend gereformeerde vereniging geweest. Pogingen om meer andersdenkenden bij het werk van de Burgerwacht te betrekken liepen op niets uit. De vrijzinnige notaris Veenenbos haakte al snel af; Liberalen en socialisten toonden al helemaal geen belangstelling. De Burgerwacht kreeg een schietberg op de plek van het huidige hertenkamp. In 1939 werd ten noorden van de Algemene Begraafplaats een nieuw oefenterrein ingericht.

Nadat de ergste revolutiedreiging voorbij was nam de belangstelling voor de Burgerwacht af. De schietoefeningen, en de wedstrijden, bleven, maar men kan niet aan de indruk ontkomen dat het sociale aspect sterker werd.

Het bestuur wilde ook niet dat de burgerwacht een semi militaire organisatie werd. Het lid Ph. van der Deure bijvoorbeeld doet tijdens de algemene vergadering in 1920 het voorstel de leden ook te oefenen in het dekking zoeken. Maar het bestuur, bij monde van burgemeester Bosma, weigert dit voorstel over te nemen. Het is niet de bedoeling om van de Burgerwachtleden echte soldaten te maken. Ook het voorstel om de geweren mee naar huis te nemen werd afgewezen. Na de oefeningen moesten de wapens in het stadhuis opgeborgen worden.

Het animo voor het werk van de Burgerwacht nam zodanig af dat in 1924 burgemeester Bosma het voorstel doet de Burgerwacht maar op te heffen. Er is zelfs geen geld meer om met de provinciale en landelijke schietwedstrijden mee te doen.

Pas na 1935 komt er weer een beetje beweging in de Burgerwacht. Toch durfde de nieuwe commandant Lenters het nog niet aan om de landelijke Burgerwachtdag te bezoeken. Er waren nog te weinig leden die met het geweer om konden gaan. In 1939 was er een kleine opleving. Een aantal van de meest actieve Burgerwachters, de zogenaamde Mobiele Afdeling, kreeg zelfs een uniform.

Helaas was de opleving van korte duur, omdat in augustus van hetzelfde jaar de Burgerwachters hun geweren moesten inleveren. De vereniging loopt nu snel leeg. Alleen de Mobiele Afdeling patrouilleerde in de meidagen van 1940 nog 's nachts door de straten. Ze hielden daar snel mee op, ook omdat ze door de Nederlandse soldaten, die ook patrouilleerden, steeds voor geüniformeerde NSB'ers werden aangezien.

Het enthousiasme voor 'God Vaderland en Oranje' leek dus in de loop van het Interbellum afgenomen te zijn. Maar niet bij iedereen. Ook na 1940 bleven een aantal Burgerwachtleden zich inzetten: als deelnemers aan het verzet.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube