Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Trijntje Drost hinkelde en rinkelde er op los

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: klaas koeman en paul gutter

Spelende Enkhuizer kinderen
Spelende Enkhuizer kinderen
Van rijdende of geparkeerde auto’s was nog geen sprake. De binnenstad van Enkhuizen was een eldorado voor spelende kinderen. Trijntje Drost (1905-1980) hinkelde en rinkelde er heel wat op los.

Trijntje werd op 26 november 1905 geboren, als enig kind van een treinconducteur. Voor haar kleindochter, Marjolein Onvlee, beschreef ze een paar jaar voor haar dood haar jeugdherinneringen. Ze woonde op de Noorderhavendijk 5. De huizen in haar straat en op de Kaasmarkt hadden allemaal nog hun eigen stoep. Sommige zelfs met paaltjes en een ketting eromheen. Daar had je prettig op kunnen schommelen, als er tenminste geen kindonvriendelijke prikpennen in hadden gezeten.
De kinderen speelden veel op straat. De Kaasmarkt was lekker breed met twee rijen grote iepen, die in de herfst enorme hoeveelheden bladeren lieten vallen. Er werden zelfs hutten van gebouwd. Midden op straat, de paard en wagens reden er wel om heen. Aan het einde van straat was het Wilhelminaplantsoen. Daar kon je erg goed hinkelen, want op de harde grond kon je gemakkelijk een hinkelhok trekken.

Kaasmarkt met Waag
Kaasmarkt met Waag
Bij de smid op de hoek van de Kaasmarkt en de Westerstraat haalde je ’rinkels’, plaatjes afvalijzer met een gat. Je speelde er een spelletje mee dat in de verte leek op knikkeren. Het huis waarin Trijntje opgroeide, had een klein tuintje dat bereikbaar was via een heel smal gangetje. Zo smal dat ze zich met haar rug en voeten klem kon zetten tegen de zijmuren en zich zo met handen en voeten tot aan de dakgoot omhoog kon duwen! Een spelletje dat niet geheel zonder gevaar was.


Kantjes aan de kleren

Natuurlijk waren er ook buurkinderen om mee te spelen. Aan de ene kant de familie Poen, met zes kinderen, en aan de andere kant de familie Veelders. Hun dochtertje Annie was even oud als Trijntje. De familie Veelders was welvarender dan hun buren. Trijntje moest hier regelmatig de rijksdaalder huishuur naar toe brengen. Annie had zelfs wat kantjes aan de kleren. Een luxe die Trijntje zich niet kon permitteren. Een ander buurmeisje werd in de ogen van Trijntje enorm verwend. Als ze ’s winters een plasje moest doen, hoefde ze niet naar de plee buiten. Haar moeder zette de po achter de kachel en dan deed ze het daar.
De familie Crevecoeur woonde iets verderop. Crevecoeur was een klein driftig mannetje dat altijd haast had. Hij gaf pianoles en bespeelde de carillons van de Zuiderkerk en de Drommedaris. Op stille zomeravonden kon Trijntje zijn pianolessen horen, door de opengeschoven ramen. Mooi vond ze dat.

In de Oranjezaal kwam ze ook wel eens. Die had een groene papegaai, die wel eens ’koppie krauw’ wilde zeggen. ’s Zondags kwamen daar de roomse boeren na de kerkdienst koffie drinken. Hun vrouwen in prachtige japonnen met bloedkoralen kettingen. Na de koffie reden ze dan in mooie sjezen weer naar de boerderij.

Ook in Trijntjes tijd was de kermis op de Noorderhavendijk en het Verlaat. Ze was diep onder de indruk van de kermiswoonwagens voor de deur. Je zag de bedden, het meubilair, de kachel waarop gekookt werd: allemaal in zo’n kleine wagen! Elke kermisdag kreeg ze drie centen, een rijk gevoel. Je kon er drie keer mee in de draaimolen, of drie stukken drop kopen.

Op haar negende vertrok Trijntje uit Enkhuizen. Haar moeder had tbc en astma en zelf werd ze ook astmatisch. In het kinderziekenhuis in Amsterdam werd de raad gegeven ’van lucht’ te veranderen en daarom verhuisde het gezin Drost in 1914 naar Hilversum. Maar de herinneringen aan een zeer gelukkige jeugd in Enkhuizen droeg Trijntje nog een leven lang met zich mee.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube