Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Dolle Dinsdag zit Oud Enkhuizen dwars

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Douwe Brouwer als stadsarchivaris aan het werk in het stadhuis van Enkhuizen.
Douwe Brouwer als stadsarchivaris aan het werk in het stadhuis van Enkhuizen.
Het was geen verzetsdaad en al helemaal geen heulen met de vijand. Het was meer een poging door te gaan met datgene waarmee men al bezig was, oorlog of geen oorlog. Op 1 juni 1944 werd de vereniging Oud Enkhuizen opgericht.

Het besef dat het rijke verleden van Enkhuizen nog bijna tastbaar aanwezig was, was al voor de oorlog gegroeid. In 1930 organiseerde Enkhuizen de grote Zuiderzee Visserij Tentoonstelling, die landelijk de aandacht trok. Er waren verschillende exposities in de Drommedaris geweest en met de historische optochten verkleedde bijna iedereen zich om scènes uit de Enkhuizer of vaderlandse geschiedenis uit te beelden. Ook realiseerde men zich dat toerisme één van de middelen zou kunnen zijn om de stad uit de economische malaise te halen.

Douwe Brouwer, oud-onderwijzer en stadsarchivaris, D. Henstra, ondernemer, de huisarts Cornelis Corts en zijn echtgenote en mevrouw De Reuver van der Most-van Spijk - zij was directrice van het Snouck van Loosenhuis - richtten in september 1915 een Vereniging voor Vreemdelingenverkeer op.

De VVV ging zich overal mee bemoeien. Organiseerde tentoonstellingen, verzette zich tegen huizenbouw in het plantsoen, pleitte voor de bouw van urinoirs en probeerde het stads-schoon te beschermen. Zo liet de vereniging het gemeentebestuur in 1920 weten dat de telefoonpalen veel te hoog waren. Erger nog: er zouden ontsierende reclameborden op die palen aangebracht worden!

Pas in 1941 was er behoefte aan een aparte organisatie voor de bescherming van de monumenten in de stad. Eerst was er nog een VVV-commissie die Oud Enkhuizen heette. In 1944 werd die commissie de vereniging Oud Enkhuizen.

De voorzitter werd Piet Sybrandy, ondernemer, en een van de initiatiefnemers voor een Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Verder vinden we Brouwer, Fleddérus, de stadsarchitect en
Ybema, de directeur van Gemeentewerken, onder de eerste bestuursleden. De vereniging groeide snel. Binnen een paar maanden waren er al honderd leden, nog geen jaar later kon de penningmeester het driehonderdste lid inschrijven. . Maar er was natuurlijk wel een oorlog gaande. De vergadering van 5 september 1944 werd uitgesteld.

In de notulen van de vergadering van 15 september is de reden te lezen. „Men had verwacht dat er na enige dagen onder heel andere omstandigheden vergaderd kon worden, maar de termijn schijnt wat langer te worden", schreef secretaris Fleddérus droog. 5 september 1944 heet nog steeds 'Dolle Dinsdag'. Veel Nederlanders dachten het einde van de oorlog al te kunnen vieren.

Eén van de eerste daden van het bestuur was het opstellen van een kleine folder die in
december aan de bevolking uitgedeeld werd. Dringend werden de burgers verzocht enigszins terughoudend te zijn met het kappen van bomen in de stad, vooral die op de vestingwal. Maar ja: 'Liever een kale stad dan een koude kachel', dachten veel Enkhuizers.

De oorlog was nog niet geëindigd of de gemeente bestelde honderden jonge bomen. Geld was er nauwelijks, maar die kale stad vond men verschrikkelijk.

Op 6 juni 1945 kwam het bestuur voor het eerst na de bevrijding weer bijeen. Natuurlijk was de voorzitter opgelucht dat er onder 'geheel veranderde omstandigheden vergaderd kon worden'. Maar eerst had hij Douwe Brouwer herdacht. Het was moeilijk in woorden uit te drukken wat die voor de geschiedenis van de stad betekend had, stelde Piet Sybrandy.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube