Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Eigenwijs advies van vrouw over bouw

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Davidstraat, 1954: Achter links de nieuwbouw waarover de VAC zich boog. De straatventer is Gerrit Frankfort, bijgenaamd
Davidstraat, 1954: Achter links de nieuwbouw waarover de VAC zich boog. De straatventer is Gerrit Frankfort, bijgenaamd
Op 9 juni 1948 kwam een aantal vrouwen in de Westfriese Munt te Enkhuizen bijeen. Ze richtten een VAC op, een Vrouwen Advies Commissie.

In een brief aan het gemeentebestuur schreven ze dat ze zich stoorden aan de soms onpraktische indeling van nieuwbouwwoningen. De VAC wilde van te voren de bouwplannen inzien.

Al voor de oorlog probeerden vrouwen invloed op de woningontwerpen uit te oefenen. Maar het waren vaak individuele initiatieven. Er waren niet veel vrouwen die zich in de mannelijke architectenwereld waagden. En er waren ook niet veel architecten die deze bemoeienis op prijs stelden.

Na de oorlog namen de VAC's een enorme vlucht. De huisvrouw wilden een rationeler ingericht huis. Waarschijnlijk heeft het verdwijnen van het huishoudelijk personeel met deze eis te maken.

Of alle architecten blij waren met de inbreng van de amateurs is niet helemaal duidelijk. Hilarisch is het verhaal van een coupeuse die niet kon tekenen. Tijdens een vergadering bleek dat ze de hele plattegrond van een flatgebouw tot een soort puzzeltje verknipt had om aan te tonen dat de galerij beter aan de andere kant kon. De verbaasde architect kon haar overigens alleen maar gelijk geven.

Bij de samenstelling van de VAC in Enkhuizen was erop gelet dat elke zuil zijn vertegenwoordigsters kreeg. De socialisten waren vertegenwoordigd door mevrouw Rodenburg en mevrouw Sandstra, die ook de initiatiefneemsters waren. De dames Vingerhoed en Loots waren namens de Vrijzinnig Hervormde Vrouwen Vereniging aanwezig, de dames Schaap en Kenten voor de Katholieke Vrouwenbond, de dames Kouwenhoven en Zwaan vertegenwoordigden de Nederlands Christelijke Vrouwenbond en de dames Le Coultre en Hassels waren een afvaardiging van het UW. In september kwam de doopsgezinde mevrouw de Bruin de gelederen nog versterken.

De gemeente nam de commissie serieus. Eén keer ging het fout. Tenminste dat dachten de dames. In 1949 keurde de raad de bouw van een viertal huizen goed, zonder dat de VAC de tekeningen gezien had. De voorzitster, mevrouw Sandstra, stuurde een beleefde, maar boze brief. Ybema, hoofd gemeentewerken, schreef sussend terug. De goedkeuring van de raad had alleen met de financiën te maken. Het plan moest nog naar de 'Wederopbouw', de commissie van de centrale overheid die alle bouwplannen moest goedkeuren. Dan pas moesten de definitieve tekeningen op tafel komen.

Al in september 1948 kreeg de VAC haar eerste echte klus. De tekeningen van 28 duplexwoningen aan de Oranjestraat moesten beoordeeld worden. De dames waren kritisch. De afgeschuinde daken van de hoekwoningen zorgden ervoor dat de bovenwoningen daar erg klein waren en de wc beneden was wel erg dicht op de voordeur. Onoverkomelijk was de gemeenschappelijke voordeur. „Kon de bovenwoning niet een ingang via de achterdeur krijgen?", stelde de commissie voor. Dat kon niet, schreef Ybema terug, dan kwam je in de keuken van de benedenburen.

Aan de discussies tussen de VAC en de gemeente is te zien met welke beperkte middelen men de woningnood moest oplossen. In een aantal nieuwe woningen in de Davidstraat wilde de gemeente onder het aanrecht een paar eenvoudige planken als bergruimte. De VAC wilde afgesloten kastjes. Uiteindelijk berichtte Ybema dat er Bruinzeelkeukens geplaatst konden worden. Maar dan verdwenen de schuurtjes: het moest uit de lengte of de breedte.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube