Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

En dan is Enkhuizen ook bezet gebied

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Aankomst van de evacues uit Spakenburg en Bunschoten.
Aankomst van de evacues uit Spakenburg en Bunschoten.
Voor het eerst sinds de tumultueuze meidagen in 1940 kwam de gemeenteraad van Enkhuizen op 26 juni van dat jaar weer elkaar. Misschien waren de bestuurders over de eerste schrik heen, onwennig was het allemaal wel.

Burgemeester Haspels begon de vergadering met een woord van eerbiedige hulde aan allen die voor het vaderland gevallen waren. Hij wenste de familieleden van de gesneuvelden 'kracht naar kruis' toe.

Gelukkig waren op een enkeling na alle Enkhuizer militairen in goede gezondheid weer thuisgekomen. Eén Enkhuizer soldaat was zwaar gewond en één was nog vermist. De raadsleden hoorden deze woorden vande burgemeester staande aan.

Daarna richtte de burgemeester een woord van dank aan de bevolking. De opvang van 6500 geëvacueerden uit Bunschoten en Spakenburg was vlekkeloos verlopen. Een inzameling van geld en goederen voor de oorlogsslachtoffers had de stoutste verwachtingen overtroffen.

De burgemeester waarschuwde dat alle demonstraties absoluut verboden waren. Dat was een van de eerste gevolgen van de nieuwe situatie waarin de stad zich bevond. „We zijn bezet gebied en moeten ons de consequenties daarvan steeds goed voor ogen houden", aldus burgemeester Haspels.

De raad ging over tot de orde van de dag. Ook in een oorlog moesten de nieuwe leden van de Soepcommmissie benoemd worden, 's Winters zorgde die commissie voor een warme maaltijd voor de armen. Mejuffrouw A. de Bruijn moest eervol ontslagen worden; zij ging na jarenlange trouwe dienst als onderwijzeres met pensioen. Uiteraard moest haar opvolgster, mejuffrouw J.M.E. Botman, ook door de raad benoemd worden. Tot genoegen van het hoofd van school B, de heer Dikstaal.
Maar na de het laatste punt op de agenda, voor de rondvraag, vroeg de heer Kofman het woord om namens de burgerij een woord van dank aan de burgemeester uit te brengen. Hij, de burgemeester, had getoond de juiste man op de juiste plaats te zijn.

„Tijdens de evacuatie, de oorlogsdagen, de capitulatie en de Duitse bezetting heeft de heer Haspels met een helder inzicht en een warm hart 's nachts en overdag al zijn krachten gegeven", aldus het CHU-raadslid. De raad gaf blijk van algehele instemming.

De stad was vreemd leeg. Een jaar lang hadden gemobiliseerde soldaten voor de nodige reuring gezorgd. Op 15 mei, een paar uur voor de capitulatie, was het bataljon vertrokken om elders stellingen te betrekken.

Ook de evacués uit Spakenburg en Bunschoten waren weer thuis. Vrijdag 10 mei moesten ze hals over kop hun huizen verlaten. In de oorspronkelijke evacuatieplannen zouden ze onderdak in Friesland krijgen, maar op het laatste moment was besloten dat ze naar Enkhuizen moesten.

's Avonds kwamen de schepen met duizenden vluchtelingen in de haven aan. Het lukte om voor al die mensen een plek te vinden. In de Bunschoter Bode van 30 mei 1940 werden burgemeester Haspels en wethouder Rodenburg met name genoemd en bedankt voor hun inspanningen. Rodenburg was 24 uur onafgebroken in touw geweest om voor al die vluchtelingen onderdak te regelen. „Dat de ontvangst en de verzorging boven alle lof was, behoeft niet te worden gezegd", verklaarde de Bunschoter burgemeester.

De Enkhuizer Courant schreef over de raadsvergadering van 26 juni dat er geen ruzie geweest was. Dat was wel heel bijzonder. De Enkhuizer bestuurders waren duidelijk nog echt van slag.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube