Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Felle, gedreven regenaat in de raadszaal

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

v.l.n.r. Burgemeester Bosma en wethouders De Vos en Stapel, rond 1925.
v.l.n.r. Burgemeester Bosma en wethouders De Vos en Stapel, rond 1925.
De oppermachtige positie van de liberalen in Enkhuizen was in het begin van de 20ste eeuw definitief ten einde. Ze moesten ze zich verweren tegen twee protestante fracties, de ARP en de CHU en de socialistische SDAP. Het was een tijd dat de tribune van de raadszaal tjokvol zat.

Vooral de socialisten, met name Van der Burg, konden zo fel, handig en gedreven debatteren dat burgemeester Bosma zijn handen wel eens meer dan vol had. De Vrije Westfries had een gruwelijk hekel aan Van der Burg. Een 'renegaat' werd hij in de al genoemde jubileumkrant genoemd.

Pas in de jaren dertig werd het wat rustiger in de raadszaal. De socialisten kregen meer weerwerk en moesten inbinden. Uiteengereten werden al hun voze argumenten, schreef de Vrije Westfries agressief.

Na 1919 moest de liberale wethouder Stapel een protestants-christelijke wethouder naast zich dulden. De Vos (CHU) was al drie jaar raadslid toen hij wethouder werd. Tot 1935 behield hij deze positie. Regelmatig botste het tussen de heetgebakerde Stapel en de bedachtzame, bijna vaderlijke De Vos. Vooral de strijd over het dempen van de Zuiderhaven-dijk ging er ongemeen fel aan toe. Stapel was voor, De Vos was tegen. Tijdens het afscheid van wethouder De Vos, in 1936, gaf Kees Stapel ruiterlijk toe dat de kalme De Vos vaak een juistere oplossing voor een probleem voorstelde dan zijn eigen soms wat onbesuisde ideeën.

De Vrije Westfries schreef over De Vos dat ze een goed vriend en bondgenoot in hem gehad hadden. Je hoort de krant denken, maar het was geen anti-revolutionaif.

De krant kon zich ook niet permitteren zich alleen op de ARP-leden te richten. De basis zou te smal zijn geweest. Het CHU gemeenteraadslid Jan Kofman kreeg in de jaren 1911 en 1912 de ruimte een serie artikelen te schrijven onder de titel Brieven van Kees de Visscher.

Uiterlijk leek het alsof deze Kees, een brave eerlijke visserman, de lezers van de Vrije Westfries een beeld wilde schetsen van het leven van een Zuiderzeevisser. Maar in zijn brieven uitte Kees de Visser, felle kritiek op Jacob de Veen (1860-i93i) de Enkhuizer die landelijke bekendheid kreeg als fel pleitbezorger van de Zuiderzeevissers. De stukjes hielpen overigens weinig, de vissers bleven hun Enkhuzer Donderstien trouw.

De laatste hoofdredacteur van de Vrije Westfries was Klaas Norel. Hij leidde de krant nog maar twee jaar toen de oorlog uitbrak. Een woedende Norel stak zijn mening over de Duitse inval niet onder stoelen of banken. Op 15 mei verscheen de krant met een dikke rouwrand om uiting te geven aan het verdriet en de verontwaardiging. De krant kreeg als eerste in het bezette Nederland een tijdelijk
verschijningsverbod en Klaas Norel ging voor twee en een halve week, als eerste Nederlandse journalist, de gevangenis in. In april 1941 volgde een definitief verschijningsverbod. Het lag niet in het karakter van de hoofdredacteur concessies te doen aan een zo goddeloze bezetter.
Norel raakte betrokken bij het verzet, moest onderduiken en werd gevraagd redacteur te worden bij het illegale blad Trouw.

Van een heroprichting van de Vrije Westfries is het nooit meer gekomen. Na de oorlog was er geen behoefte meer aan een lokaal protestants christelijk blad. Ruim 43 jaar had de Vrije Westfries een strijdbaar bestaan geleid om het protestants christelijk volksdeel in oostelijk West-Friesland een eigen identiteit te geven. Daarin was de krant in ieder geval geslaagd.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube