Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Gezin moest weer hersteld worden in Enkhuizen

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Burgemeester Haspels wordt in 1935 geinstalleerd door wethouder Stapel.
Burgemeester Haspels wordt in 1935 geinstalleerd door wethouder Stapel.
Op 31 januari 1946 opende burgemeester Haspels de raadsvergadering met zijn nieuwjaarstoespraak. Hij was dankbaar dat ze weer als vrije mensen konden werken aan het welzijn van de gemeente. Maar daarna moest hij de vele, vele problemen van Enkhuizen bespreken. Er was zelfs een tekort op de begroting van anderhalve ton; dat was nog nooit voorgekomen. Den Haag noemde Enkhuizen in 1947 zelfs een 'noodlijdende' gemeente.

Ondanks het tekort werd er wel veel geld uitgetrokken voor het herstel van het groen in de stad. Veel bomen waren in de laatste oorlogswinter opgestookt. Voor de herbeplanting bestelde de gemeente nieuwe bomen en struiken ter waarde van 50.000 gulden. Dat was één derde van het begrotingstekort.

Jammer genoeg konden niet alle problemen zo opgelost worden. De jeugd dreigde te verwilderen. Veel groen was niet alleen verdwenen door het tekort aan brandstof in de oorlog, maar door vernielzucht van de jongeren.

Ook de straatverlichting was het doelwit van baldadigheid. Er was al een tekort aan straatlantarens, maar nu werden die weinige (gas)lantarens nog stukgegooid ook. Een jaar later moest burgemeester Haspels melden dat zelfs de telefoon uit de telefooncel op het Venedie gestolen was. In landelijke kranten verschenen berichten over de vernielingen in de treinen op de lijn Amsterdam-Enkhuizen. Voor de christendemocraat Haspels was er maar één oplossing: het gezin moest weer hersteld worden. Aan de opbrengst van de vermakelijkheidsbelasting kon de burgemeester zien dat veel te veel mensen hun vertier buitenshuis zochten. Bijna opgelucht kon hij een jaar later melden dat die opbrengsten daalden.

Helaas was dat niet het gevolg van zijn pleidooi voor het gezin. De mensen hadden geen geld meer. „De wederopbouw vereiste een sobere levensstijl", had de minister van financiën in de Eerste Kamer verklaard en „uitgaan hoorde daar niet bij". De burgemeester was het daar van harte mee eens geweest.

In 1949 daalden de inkomsten van de vermakelijkheidsbelasting nog steeds. Haspels constateerde ook een afnemend gebruik van roomboter en een stijgend gebruik van margari* ne. „De burgerij moest een bedachtzaam financieel beleid voeren", verklaarde de burgemeester. Een mooi eufemisme voor het woord zuinig.
Jaar in jaar uit kon de burgemeester juichend spreken over de visserij. De vangsten van de Enkhuizer vissers waren goed. Ook de gemeentelijke visafslag beleefde gouden jaren. In 1947 werd er zelfs een nieuw gebouw neergezet.

Heel voorzichtig werd er ook gesproken over het langzaam groeiende watertoerisme. In 1947 vierde de Koninklijke Nederlandse Zeil en Roeivereniging haar 100 jarig jubileum in Enkhuizen. Het werd in de nieuwjaarsrede van 1947 aangekondigd. Ook het bericht dat het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen gevestigd zou worden, werd uiteraard met enthousiasme ontvangen. Heel voorzichtig uitte de burgemeester zich een beetje optimistisch: er leek een toekomst in het toerisme te zitten.

Met gejuich werd de afbraak van het distributiestelsel gemeld. Andere voorbeelden spraken de burgerij misschien meer aan: in 1945 waren er maar 330 fietsbanden beschikbaar, een jaar later konden er 6030 nieuwe banden gekocht worden. In datzelfde jaar konden er 8260 nieuwe schoenen , aanschaft worden, het jaar daarvoor nog maar 1171.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube