Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Het Enkhuizer wethoudersconflict (1)

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

De eerste steen voor school B. Rechts en zonder hoed Piet Rodenburg en daarnaast, mét hoed, Chris Roosendaal.
De eerste steen voor school B. Rechts en zonder hoed Piet Rodenburg en daarnaast, mét hoed, Chris Roosendaal.
Op 7 juni 1945 besteedde de Enkhuizer Courant twee van de vier pagina's aan de zogenaamde 'wethouderskwestie'. Zo noemde men de ruzie tussen Piet Rodenburg en Chris Roosendaal enerzijds en burgemeester Haspels anderzijds. In acht kolommen platte tekst, zonder foto of andere illustratie, werd de zaak uit de doeken gedaan.

Het conflict stamde al van voor de oorlog. In 1936 wilde Abraham Sluis - net als Haspels lid van de ARP en op dat moment wethouder - een pakhuis voor zijn zaad-firma bouwen op de plek van de afgebrande uitspanning Het Park aan de Nieuwe Westerstraat. Het kwam Sluis niet uit dat hij zich aan de rooilijnverordening moest houden die voor dat gebied gold. Hij kreeg toestemming om van die verordening af te wijken.

In mei 1940 meldde A. J. Koolhaas zich bij de burgemeester. Hij woonde aan de Molenweg en wilde verbouwen. Koolhaas wilde dezelfde regeling over de rooilijn als Sluis. Op botte toon deelde Haspels hem mede dat hij zich wél aan de verordening moest houden. De zaak kwam in de raad en Haspels werd fel aangevallen. Er werd zelfs over vriendjespolitiek gesproken. Hij moest bakzeil halen.

Een jaar later ging het weer mis. De firma Boon wilde de oude vetgasfabriek aan de Oosterhaven kopen. De raad voelde hier wel voor en besloot het fabriekje te verkopen. Maar achter de ruggen van de raad en de wethouders om ging Haspels naar de provincie en liet het raadsbesluit ongedaan maken. De raad en de wethouders konden weinig meer doen. De bezetter was bezig een autoritair bestuurssysteem in te voeren. Alle volksvertegenwoordigers werden gedwongen af te treden. Op alle niveaus werd een eenhoofdig gezag ingevoerd.

Maar op het laatste moment konden de wethouders nog terugslaan. Eén dag voordat ze ontslagen werden stuurden ze een brief naar de provincie, waarin ze beroep aantekenden tegen het ongedaan maken van de verkoop van het gasfabriekje.

Door die brief moest Haspels zich verantwoorden bij de nieuwe Commissaris van de Koningin, de foute Mr. Backer. De burgemeester zou het de wethouders diep kwalijk nemen.

De felheid van het wethoudersconflict kan verklaard worden uit de karakters van de hoofdpersonen. Haspels (1901-1965) was overtuigd gereformeerd. Het gezag was door God gegeven en hij personifieerde als burgemeester dat gezag. Hij kon er slecht tegen als anderen zijn gezag niet automatisch accepteerden. Piet Rodenburg daarentegen (1888-1957) was overtuigd socialist en stond pal voor zijn idealen. Hij kwam op voor diegenen die het slecht hadden in deze maatschappij. Chris Roosendaal (1888-1965) was een succesvol ondernemer. Hij was lid van de Vrijzinnig Democraten, een vooruitstrevende en pragmatische liberale partij. Na de oorlog gingen deze groepering op in de nieuwe Partij van de Arbeid.

Maar niet alleen de karakters botsten. Nederland was een verzuild en dus verdeeld land. Katholieken wantrouwden protestanten. Veel liberalen wilden eigenlijk niet omgaan met socialisten. De kloof tussen rechts (confessioneel) en links (niet-confessioneel) was diep en bijna onoverbrugbaar. Het is geen toeval dat hier een rechtse burgemeester tegenover twee linkse wethouders stond.

Het wankele evenwicht tussen rechts en links werd doorbroken door de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van september 1939. Links won. In plaats van met één linkse wethouder moest de burgemeester nu met twee niet-confessionele wethouders de stad besturen. Hij had daar de grootste moeite mee. Tot na de oorlog aan toe.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube