Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Het gedwongen vertrek van Ro Snijders

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

De winkel van de gebroeders Snijders. Hemelvaartsdag 1930
De winkel van de gebroeders Snijders. Hemelvaartsdag 1930
Ro Snijders' eerste oorlogsherinnering ging over schoenen. Voor het eerst van haar leven had ze sandalen gekregen. Maar één dag later vielen de Duitsers Nederland aan, en haar moeder besloot de sandalen om te ruilen voor stevige schoenen. „Daar had je meer aan, nu het oorlog was", zei ze.
Ze was bijna 9 toen de oorlog uitbrak. Haar vader had, samen met zijn broer, een winkel op de hoek van de Torenstraat en de Melkmarkt. De gebroeders Snijders verkochten kleding, beddengoed, meubels en allerlei andere huishoudelijke zaken.

Haar familie was joods. Ze aten koosjer, bezochten de synagoge maar op de sabbat ging haar vader gewoon naar de winkel. Er waren nauwe banden met de vijf andere joodse families in de stad, maar Ro's ouders hadden net zoveel joodse als niet-joodse kennissen.

Natuurlijk hadden haar ouders het over het antisemitisme in Hitler-Duitsland. Ze praatten over verhuizen naar Engeland. Maar het kwam er niet van. Het zou allemaal wel meevallen, dachten ze. Wel kwam de oorlog dichterbij, zeker toen in 1939 een gemobiliseerde joodse soldaat bij hun thuis (koosjer) kwam eten.

Maar toch was de schok groot toen op 10 mei 1940 de Duitsers binnenvielen. Weer werd er over Engeland gesproken, maar weer besloten de ouders van Ro in Enkhuizen te blijven.

Allerlei verordeningen van de Duitsers drongen de joden stapje voor stapje uit het openbare leven. Ro mocht niet meer naar het zwembad. Winkelen kon niet meer, ze werden 'voor joden verboden'. Uiteindelijk mocht Ro niet eens meer naar school. De joodse families in de stad huurden een (joodse) leraar in om de kinderen toch nog te laten leren. Het klaslokaal was in de Nutsspaarbank.
Haar vader raakte ook de winkel kwijt. Voor een veel te laag bedrag moesten ze de zaak verkopen. En begin 1942 kreeg de familie bericht dat ze weg moesten uit Enkhuizen. Ze moesten naar Amsterdam.

Twee weken voordat ze weg moesten, kwamen er mensen van de beruchte firma Puls. Dat was een Amsterdams verhuisbedrijf, dat de verlaten huizen van de joodse families leeghaalde. Van te voren inventariseerde de firma de op te halen goederen. Alles wat door Puls opgeschreven was, mocht niet meer meegenomen worden. In de praktijk hielden de 'klanten' van de firma Puls alleen maar wat kleren over.

Ook bij de familie Snijders werd alles opgeschreven. Veel spullen hadden ze al bij niet-joodse kennissen ondergebracht. Ze hadden nog het tafelzilver en een aantal Delfts Blauwe borden die nu geïnventariseerd waren. Maar toch hebben ze die ook bij kennissen ondergebracht.
Uiteindelijk kwamen er zelfs mensen uit eigen initiatief langs die spullen voor de familie wilden verstoppen. Later hoorden ze dat toen hun huis werd leeggehaald, er niet naar de lijsten gekeken werd. Ro vertelt dat ze van haar ouders de lijst van wie welke spullen had uit haar hoofd moest leren. Achteraf was dat niet nodig geweest. De Snijders hebben alles teruggekregen. Helaas waren ze een uitzondering.

Op 20 april 1942 verliet de familie Snijders - vader, moeder en twee kinderen, Max en Ro -hun huis in de Torenstraat. Het enige wat ze bij zich hadden, waren enkele koffers met kleren. Tot op de dag van vandaag weet Ro nog precies wat er gebeurde. Er stonden mensen langs de kant van de weg. Misschien ook wel uit nieuwsgierigheid, maar velen namen afscheid en wensten ze het allerbeste. Anderen stonden gewoon te huilen.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube