Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Kees de Visscher: 'Brief is vol en daarmee basta'

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Kees de Visscher: 'Brief is vol en daarmee basta'
„Ik ben de geheelen winter aan 't boeten geweest, daarna wat nieuwe en ook nog wat afgeknipte netten aangebreid en nu nog een partijtje insteken." Dit is een zin uit een serie brieven van Kees de Visscher, oftewel Jn. Kofman, aan zijn 'makker'. De brieven werden gepubliceerd in de Vrije Westfries in de jaren 1911 en 1912.

's Winters was er inderdaad niet veel te doen voor de vissers. Maar in maart begonnen de eerste vissers naar haring uit te kijken. En als die haring er was klonk het door het Suud: 'Twaalf tal haring gevangen door...' (een tal was 200 haringen). Elke visser kreeg dan de zenuwen. Ankers, touwen, netten, boeien en kurk werden zo snel mogelijk aan boord gebracht. Voor sommigen kwam het seizoen te vroeg, alle netten waren nog niet gerepareerd of het schip moest eigenlijk nog op de helling; knarsetandend moesten ze dan toezien hoe hun collega's uitvoeren. Kees de Visscher begreep deze vissers wel. Het waren vissers die 's zomers zo weinig gevangen hadden, dat ze 's winters bij moesten verdienen. Sommigen voeren op stoomtrawlers op de Noordzee, anderen werkten voor de Werkverschaffing. Ze konden hun schepen dan niet op tijd klaar krijgen.


Haring werd tot eind april gevangen. Soms zat er tussen de laatste haring al wat ansjovis. Dat gaf de vissers hoop: de 'teelt' van ansjovis kon hun seizoen maken of breken. Niet voor niets stuurden hun vrouwen tijdens het ansjovisseizoen hun kinderen naar het Vuurtje om bij binnenkomst van vader te horen hoeveel er gevangen was. Bij een goed ansjovisseizoen konden alle schulden van de winter afbetaald worden, maar als de ansjovis wegbleef...

Gespannen
Kees de Visscher schreef in april dat de Spaanse vissers begonnen waren met de ansjovisvangst. Hij wist ook dat er al Nederlandse zouters naar Spanje vertrokken waren om daar de vis op te kopen. Gespannen volgde hij het nieuws. Op 6 mei schrijft hij hoopvol dat er in Nieuwediep, bij Den Helder, een visser 20.000 stuks ansjovis gevangen had.

En als het goed ging, klonken de kreten van de man die aan het net stond te trekken vrolijk over het water. 'Haringgeluk' of 'Brood voor de kinderen' als het net vol zat. Als de netten in het water stonden klonk het 'Geschoten met vlijt' op het voordek, het Werd steevast beantwoord met de kreet 'De Heere zeegne onze arbeid' van het achterdek. Zo werd 'De vangst is aan boord' beantwoord met een diep gevoeld: 'Wij danken de gever'.

Kees de Visscher hechtte grote waarde aan de belangenorganisaties van de vissers zelf. In het stadhuis van Enkhuizen vergaderde regelmatig de Visscherij-raad met als grote voorman de Enkhuizer J. de Veen. Het irriteerde Kees mateloos dat de vergaderingen van dit adviesorgaan van de regering besloten waren. Fel haalde hij in zijn brieven uit naar zijn stadsgenoot.

Er werd te lauw opgetreden tegen de Volendammers die met hun 'kuilen', de Zuiderzee leegvisten. Het nest, de hele jonge vis die ze opvisten, werd gebruikt voor de eendenfokkerijen! Kofman alias Kees de Visscher wilde ook een rijkskeurmerk voor vis. De ansjovis uit de Zuiderzee werd gemengd met goedkope Spaanse ansjovis en Noordzeeharing werd als Zuiderzeeharing verkocht. Daar moest de Visserijraad tegen optreden, vond hij. Zo had hij nog een heel lijstje.

Hij eindigde zijn brieven regelmatig met: 'Mijn brief is vol en daarom basta. Zijt inmiddels gegroet van: je vriend KEES.'


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube