Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Nog nooit gebaad en op zijn oude dag nog kras

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Het badhuis aan de Drie Banen, in 1936
Het badhuis aan de Drie Banen, in 1936
Het was een illuster gezelschap dat op 13 januari 1910 in het Zeekantoor bij elkaar kwam. Douwe Brouwer, dokter Corts en D. Henstra, koopman en later gemeenteraadslid, waren onder de aanwezigen. De vergadering had maar één agendapunt: er moest een badhuis en een zwembad in Enkhuizen komen. Dan konden mensen zich minstens één keer in de week wassen, dat was goed voor de volksgezondheid.

Voor ons,21e-eeuwers, een waarheid als de spreekwoordelijke koe, maar voor onze voorouders van nauwelijks honderd jaar geleden? "n Badhuis is totaal overbodig, want ik heb nooit een bad genomen en ben toch gezond, dus kunnen anderen er ook wel buiten', stond er op een briefje dat de initiatiefnemers mochten ontvangen. Of: 'zie dien eens, die heeft nog nooit gebaad en is op zijn oude dag nog kras', of 'Baden?, kom,... heeft nog nooit zijn voeten gewasschen, is ie er minder om?' Tegen deze vooroordelen moest het inmiddels gevormde comité opboksen.

Vooral dokter Corts en D. Henstra spanden zich enorm in om het badhuis en het zwembad van de grond te krijgen. Obstakels genoeg. Er was een tekort aan zoet water in Enkhuizen en de waterleiding was er nog niet. Gelukkig wilde een bedrijf uit Purmerend proefboringen doen.

Onder de Drie Banen werd een grote voorraad zoet water gevonden. Weliswaar sterk ijzerhoudend, maar dat kon (tegen forse kosten) gezuiverd worden, al bleef het badwater een beetje bruin. Ook kon er een terrein aan de Drie Banen gekocht worden. Het lag wat geïsoleerd, dus er moest een bruggetje komen. Misschien wilde de gemeente...?

Nee, de gemeente vond dat de commissie zelf maar een bruggetje moest bouwen (dat bruggetje ligt er nog, red). De gemeente wilde trouwens helemaal niet meewerken. Ze vond het een mooi plan, maar meer dan een kleine exploitatiesubsidie zat er niet in. Sterker nog, een subsidie door de provincie ging ook niet door, omdat de gemeente 'bericht' aan de provincie had gegeven.

Een woedende Corts (hij was ook raadslid) probeerde tijdens een gemeenteraadsvergadering verhaal te halen, maar het hielp niets. Een grote tegenvaller was het afhaken van het Snouck van Loosenfonds. Te weinig filantropisch, oordeelde het bestuur van het fonds.

Al met al te weinig geld dus. Het comité besloot zich op het badhuis te concentreren en de bouw van een zwembad uit te stellen. In juli 1913 werd de NV opgericht die de opdracht voor de bouw aan aannemer De Smeth uit Bovenkarspel gaf.

De lijst van aandeelhouders leest als een 'wie was wie' in Enkhuizen. Namen als Groot, Sluis, Lakenman, Van Leeuwen, Emmerling, Van der Spruyt, Corts, Le Coultre, Schild en Sijbrandy staan op die lijst. Op 16 juni 1914 kon het badhuis geopend worden.

Het aantal bezoekers is altijd tegengevallen. In 1915 kwamen er 6.000 bezoekers om een 'kuipbad' of een 'regenbad' te nemen. In 1926 zo'n 8.000 en in 1936 een kleine 10.000.

In een discussie in de gemeenteraad werd ook een oorzaak genoemd. Je kwam eigenlijk nauwelijks arbeiders in het badhuis tegen. Het baden was een gewoonte van de meer gegoede stand, vond de meerderheid van de raad in 1922. Een extra subsidie ging dan ook niet door.

Door de surseance van betaling van de Lakenman's Bank kwam ook het badhuis in de problemen. De kassajuffrouw werd ontslagen, maar dat hielp niet echt. Op 7 december 1937 besloot de vergadering van aandeelhouders het badhuis over te dragen aan het Witte Kruis.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube