Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Norel: Niet alle Enkhuizers waren helden

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Norel: Niet alle Enkhuizers waren helden
Het is bijna de canon van de geschiedenis van Enkhuizen geworden: 'De Haringstad' van Klaas Norel. Al tijdens één van de eerste vergaderingen van het gloednieuwe bestuur van Oud Enkhuizen, in 1944, werd er gesproken over de publicatie van een boekje over de geschiedenis van de stad.

In de vergaderingen werden namen genoemd van potentiële schrijvers: Brouwer en Spoelstra bijvoorbeeld, maar veel verder kwam men niet. De winter van 1944-1945 was niet het meest geschikte moment voor een publicatie.


Direct na de bevrijding werd het plan weer opgepakt. Het moest een boekje speciaal voor de jeugd worden. Ybema stelde voor Klaas Norel te vragen. Misschien was die naam eerder genoemd, maar dan is dat niet in de notulen vermeld. Verstandig, omdat de Duitsers hem zochten. Klaas Norel was geen Enkhuizer van geboorte, maar hij was in 1915 naar de Haringstad verhuisd.

Hij kon hier, toen hij 16 was, een baan krijgen. In zijn vrije tijd schreef hij voor de gereformeerde Vrije Westfries. Vijf jaar later was hij redacteur van die krant; hij was toen net twintig. In 1935 verscheen zijn eerste jeugdboek, ‘Land in Zicht
. Kort daarop schreef hij zijn eerste roman voor volwassenen, ‘Het getij Verloopt. Een hele serie (historische) romans, die vaak in Enkhuizen speelde, volgde. Door dit oeuvre alleen al zou Norel een logische kandidaat zijn voor een geschiedenisboek over de stad. Maar door zijn werk voor het verzet, hij was onder andere betrokken bij het illegale blad Trouw, was hij landelijk bekend geworden.

Eenzijdig
Toen zijn naam voor het eerst in een vergadering van Oud Enkhuizen genoemd werd, had bestuurslid Sybrandy enige twijfels. Norel was uitgesproken protestants-christelijk. “Zou het boekje daardoor niet eenzijdig worden?
, vroeg hij zich af. Ybema meende dat daar van te voren over te praten zou zijn. Hij nam het op zich contact met de auteur te zoeken.

Al in september 1945 kon hij melden dat Norel - hij woonde toen al in Nieuwer-Amstel - het boekje wel wilde schrijven. Norel begreep dat het geschikt moest zijn voor leerlingen van alle scholen. Het moest dus objectief zijn en alle gevoeligheden ontzien. Van het woord neutraal wilde hij niet horen. Dat was een begrip van voor de oorlog. En “als het boekje niet mag gloeien van vaderlandsliefde en liefde voor Enkhuizen dan wil ik het niet schrijven
. Op de voorwaarde dat de hoofden van de lagere scholen de tekst van té voren konden inzien, had hij geen bezwaar.

In ruim zestig pagina's beschreef hij de stadshistorie. Het hoogtepunt daarin was de Tachtigjarige Oorlog. Norel vond het heerlijk over
de dappere houding” van de stad te schrijven. In het voorlaatste hoofdstuk komt de Tweede Wereldoorlog aan bod. In grote lijnen werden de gebeurtenissen in de stad beschreven. Erg gedetailleerd hoefde dat niet. Zijn lezers konden in 1946 de details zelf wel invullen.

Op één moment komt het compromisloze karakter van de schrijver naar voren. Tijdens de Hongerwinter haalde het verzet (‘de ondergrondse strijders
) het koelhuis aan de Zuider Boeren-vaart leeg. De woedende Duitsers eisten het voedsel terug. Angstige burgers gaven spek en 27.000 gulden. “Niet alle Enkhuizers waren helden, schreef Norel als commentaar.
De hoofden der lagere scholen waren enthousiast over het boekje. Alleen de spelling moest anders. Norel schreef nog in de oude spelling, en dat kon natuurlijk niet als het op de scholen gebruikt zou worden.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube