Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Ro Snijders: Amsterdam

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Ro, Max en hun grootouders, januari 1938. Grootvader Akker had samen met zijn broer een bedrijfje waar borstels gemaakt werden in de Westerstraat. De werkplaats is nu in het Buitenmuseum.
Ro, Max en hun grootouders, januari 1938. Grootvader Akker had samen met zijn broer een bedrijfje waar borstels gemaakt werden in de Westerstraat. De werkplaats is nu in het Buitenmuseum.
De familie Snijders kon intrekken bij Ro's grootouders, Jacob en Roosje Akker, op de Nieuwe Keizersgracht. De Duitsers hadden weliswaar bevolen dat alle joden in Amsterdam moesten wonen, maar waar moesten de mensen zelf maar regelen.

Ro's grootouders bewoonden een etage waar ook al een oom en tante met hun kinderen woonden. Het was krap, maar het kon. Ook al omdat er op de zolder ruimte was.

De kinderen konden naar een joodse school op 45 minuten loopafstand. De tram was verboden voor ze. De joodse buurt was geen afgesloten getto en je kon de stad in als je wilde, maar in winkels, zwembaden en parken hingen overal bordjes 'voor joden verboden'.

De Jodenster werd verplicht. Ro's moeder maakte voor de kinderen een soort hesje waarop ze de ster naaide dan hoefde ze niet op alle kleding een ster te naaien. De eerste ochtend dat de kinderen met een ster naar school moesten, was er een meneer die, toen hij de sterren zag, met zijn hand even zijn hoed aanraakte. Een teken van respect, dat grote indruk op Ro maakte.

Al snel begonnen de Duitsers de joodse buurt leeg te halen. Mensen kregen eerst nog bericht dat ze zich op het station moesten melden. Het overkwam een oom en tante dat alleen hun kinderen opgeroepen werden. Dat konden de ouders niet. Ze besloten mee te gaan, om te proberen hun kinderen te beschermen.

Later pakten de Duitsers willekeurig joden op. De tocht naar school werd steeds gevaarlijker. Ro zag een aantal malen een razzia: een straat werd afgezet met vrachtwagens en iedereen werd ingeladen. Een keer zag Ro een jonge vrouw zo in paniek raken dat ze het water in sprong. De situatie werd gevaarlijker en gevaarlijker. Ro's grootouders hadden zogenaamd een hartkwaal. Wel tien keer is de Grüne Polizei langs geweest: de twee oude mensen gingen dan snel in bed liggen, waarna het 'bezoek' afdroop.

Ro's ouders hadden een papier waarop stond dat ze voor de Joodse Raad werkten, de kinderen hadden een kopie bij zich maar dat hielp ook niet meer. Leo Snijders is met Ro's oom en tante opgepakt en mee genomen naar de Joodse Schouwburg. Dank zij een 'goede' politieman konden ze ontsnappen. Later hoorden ze dat iedereen die toen opgepakt werd direct naar Duitsland getransporteerd werd.
Het ging bijna echt fout toen op een nacht de Grüne Polizei en de SS weer een razzia hielden. De volwassenen en haar 16-jarige broer verstopten zich op zolder en hoopten dat de kinderen gevrijwaard werden.

Tevergeefs: Ro en haar kleine neefje en nichtje moesten zich aankleden. Zij werden op een vrachtwagen naar een school getransporteerd waar meer joodse mensen naar toegebracht werden. Gelukkig kregen ze hulp: ze werden in een ambulance verborgen en naar huis gebracht.

Ro's vader was inmiddels bezig, via bekenden in Enkhuizen, een onderduikadres te regelen. Dat lukte wel, maar er was een groot probleem: Jacob en Roosje Akker, de grootouders, wilden niet mee. Vooral Jacob Akker wilde het risico niet lopen dat hij niet koosjer zou kunnen eten en eventueel niet volgens de joodse riten begraven zou worden. Na lang beraad besloot de familie te blijven en er het beste van te hopen.

In april 1943 werden de grootouders opgepakt en naar Westerbork gebracht. Al na tien dagen werden de twee bejaarde mensen op transport gesteld naar Sobibor. Daar werden ze binnen een paar dagen gedood.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube