Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Spuit elf gaf soms écht modder

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Paul Gutter

De gasfabriek aan de Oosterhaven
De gasfabriek aan de Oosterhaven
Met het volgende rijmpje bracht de Enkhuizer brandweer in 1949 tijdens het Sinterklaasfeest in de kazerne de grote brand in Wervershoof in herinnering.

't Begon met Nieuwjaar / We moesten zo maar / Naar Wervershoof om te helpen / Men kon het vuur niet stelpen j Het brandde daar te fel / Wij kwamen snel/Ze hadden een flater / Hun spuit gaf geen water / 't Kreng wou niet -nigen / 'tBlusplan in duigen / En met veel spoed / Was d'hevige gloed / Door ons snel bedwongen I Er werd toen gezongen / De brand is bedwongen /Enkhuizen heeft het netjes bekeken.

De laatste zin stond er niet ten onrechte. De vrijwillige brandweer van Enkhuizen had zijn zaken goed voor elkaar. In januari 1950 bezocht de nieuwe burgemeester Admiraal de vergadering van de brandraad. Hij vertelde dat hem van alle kanten verzekerd was dat de brandweer in zijn nieuwe gemeente zijn zaken op orde had.

Er was een goed alarmsysteem gekomen. In september had de gemeenteraad de aankoop goedgekeurd. In de huizen van de brandweerlieden kwam een bel te hangen, die hard begon te rinkelen als er alarm was.

De gemeente keurde ook de aankoop van een Ford brandweerauto goed. De nieuwe wagen kon bij de brand in het pakhuis van Schaap op het Venedie op 1 augustus voor het eerst ingezet worden. De wagen had nog wel wat kinderziektes. Zo kwamen de moeren van de wielen onder het rijden los te zitten. Vooral op het Venedie en op de Wilhelminabrug moest maar even niet al te hard gereden worden.

Overigens werd er bij de nabespreking van diezelfde brand geklaagd over het ongelooflijke smerige water dat uit het brandripol kwam. Het gezegde 'met modder spuiten' kreeg op deze manier een letterlijke betekenis voor de Enkhuizer brandweer. Het was zelfs al een keer voorgekomen dat een spuitstuk verkeerd stond en dat het publiek een volle laag modder over zich heen kreeg. Klachten over het opdringende publiek waren er bij die brand niet geweest.

Sommige branden liepen maar net goed af. In december 1948 klonk er groot alarm omdat er brand in de gasfabriek was. Een vat gasolie was ontploft en de steekvlam had het dak in de brand gezet. Tenminste, dat schreef de Enkhuizer Courant. De brandweer zelf had het over een stofexplosie. Het fabrieksterrein was aardedonker geweest en overal hing kolenstof. De brand was snel geblust maar het was lastig geweest.

In november 1949 was er brand op de Noordergracht. In de rokerij van Zwaan waren ze een nieuw product aan het maken. De krant had er nog nooit van gehoord: een zoutje dat ze 'Patates-Frites' noemden. Het werd gebakken in olie en vet. Het personeel was net naar huis om te eten en waarschijn-
lijk is toen de pan met vet in de brand gevlogen.

Het stormde hard en een toevallig aanwezige politieman had de buren opgeroepen alvast met blussen te beginnen. Met pannen en emmers was men aan de gang gegaan. Toen de brandweer arriveerde was het ergste leed geleden. De brandweermannen constateerden wel dat het gas onder de pan netjes uitgedraaid was. In het Sinterklaasgedicht van 1949 stond de volgende strofe:

Op 18 november / De Noordergracht I Een alarm / Een pot met vet werd te warm / Dit brandje gaf blijk /Dat theorie en praktijk /Nog altijd verschillen /Kaljee stond te trillen / Ging zonder te denken / Water schenken / In vet dat brandde / 't Is niet te geloven / Het vuur dat ging doven / Trots al dat men leert / Kaljee ongedeerd.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube