Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Stofzuigen als probaat middel tegen malaria

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

De gezondheidscommissie kwam minstens eens per maand bijeen. Het werk was er belangrijk genoeg voor. Juist deze commissie was ervan doordrongen dat goede woonomstandigheden de volksgezondheid enorm konden verbeteren. Ze deed er dan ook alles aan om direct of indirect, bijvoorbeeld via de gemeentebesturen, de woonsituatie te verbeteren.

In de jaarverslagen staan voorbeelden die ons de haren te berge doen rijzen. In 1923 klaagde een dominee Bleijenburg, hij woonde in de Breedstraat, over enorme stank in zijn huis en tuin. Een buurman had in de tuin mesthokken en afvalputten.
Elders was een regenwaterbak sterk vervuild. Het bleek dat een riooltje naar de beerput gebroken was en er dus 'beer' in het drinkwater terechtkwam. Nog in 1922 klaagden de bewoners van de Brugstraat over stank achter de visafslag. Vis werd daar schoon gemaakt en het afval bleef gewoon liggen! Spoelen hielp niet, er was daar geen goot en geen riool.

Het regende ook klachten in dé ansjovistijd. De netten werden op straat 'gedopt'. En dat betekende dat ook hier het visafval bleef liggen. Als de wind verkeerd stond kon de hele stad constateren dat het een goed ansjovisjaar was. Ook in de Streek kon de hele bevolking van de oogst 'genieten'. De bouwers gooiden de koolbladeren in de sloten, zodat die door een dikke laag rottend afval bedekt werden. En op Urk veroorzaakten de eendenfokkerijen overlast door stank. De beesten werden met visafval en kleine vis - de bijvangst - gevoerd. Maar de bedrijven stonken enorm en waren nog verliesgevend ook, zo meldde de commissie in één van haar jaarverslagen.

Daling tyfusgevallen
Voor drinkwater was men afhankelijk van regen. Een droge zomer betekende meestal een tekort aan drink- en spoelwater. Pas eindjaren twintig werd men minder afhankelijk van het weer.

Langzamerhand werd iedereen aangesloten op de drinkwaterleidingen. Tevreden stelde de ge-
zondheidscommissie de daling van het aantal tyfusgevallen vast (in 1919 nog 1151, in 1924 nog maar 345). Het kwam doordat de boeren hun melkemmers niet meer met slootwater schoonmaakten, maar met het schone water uit de kraan. Melk drinken werd nu echt gezond. Vooral als de melk gekookt werd, zoals de commissie propageerde.

De commissie bleef wel de privaten boven die sloten bestrijden. Ze ijverde ervoor dat ook de dorpen overstapten op het tonnetjessysteem. Nog in 1923 meldde het bestuur van Andijk daar geen geld voor te hebben. In Enkhuizen was men al weer verder, daar werden de eerste riolen aangelegd. Het zou tot na de oorlog duren voordat de laatste tonnetjes verdwenen waren.

Door voorlichting probeerde de gezondheidscommissie de malaria te bestrijden. In huis regelmatig met lysol spuiten en horren voor de ramen plaatsen waren maatregelen die het aantal ziektegevallen konden beperken. Zelfs stofzuigen werd gepropageerd als probaat middel tegen de malaria. Maar die folders hoefde je niet overal uit te delen. De meeste dorpen hadden nog geen elektriciteit.

De commissie probeerde ook de sloten schoon te houden. Privaten boven stilstaand water, of zelfs boven drooggevallen sloten, werden bij de gemeentebesturen gemeld. De commissie adviseerde de gemeentes bij het opstellen van allerlei verordeningen. In veel boerderijen waren er nog bedsteden in de koegang. Was de koegang een leefruimte of een doorgangsruimte? Een doorgangsruimte en verbied die bedsteden, adviseerde de commissie. En de deuren voor de bedsteden moeten doorlopen van de vloer tot het plafond, zo liet men Venhuizen weten.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube