Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Trots op twee Enkhuizer hoogleraren

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Tijdens de feestelijkheden rond het jubileum van de HBS te Enkhuizen in 1946 bleek hoe trots de school was op de twee hoogleraren onder de genodigden.

Twee Enkhuizers die het zo ver geschopt hadden. Bijna automatisch werden ze de woordvoerders van de reünisten.
Jan Klopper (1878-1966) was geboren en getogen aan het Westeinde in Enkhuizen. Zijn vader was tuinder. Niet direct een milieu waaruit de gemiddelde HBS-leerling afkomstig was. Maar hij kon erg goed leren en hij was enig kind. Waarschijnlijk konden zijn ouders het zich daardoor permitteren Jan naar de Hogere Burger School aan de Westerstraat te laten gaan.

Hij doorliep vlot de driejarige opleiding en kon zelfs de vijfjarige HBS afmaken. Dat moest in Hoorn, in Enkhuizen kon dat (nog) niet. Doorleren kon niet. Jan wilde erg graag naar de Polytechnische school - de latere TH - in Delft, maar voorlopig was er geen geld. Hij had verschillende baantjes en was onder andere onderwijzer in Zwaag, maar 'Delft' bleef trekken.

Een lening van het Snouck van Loosenfonds lukte niet, want het fonds verstrekte geen leningen. In 1898 lukte het hem om onder andere van zijn vader en grootvader voldoende geld te lenen om toch te gaan studeren.

Binnen vier jaar was hij civiel ingenieur. Drie jaar later, in 1905, was hij al hoogleraar, de jongste in de geschiedenis van de TH. Tijdens zijn studie vond Klopper zijn beroemde veiling-klok uit. Zijn vader was secretaris van de groenteveiling aan de Oude Gracht in Enkhuizen. Op zijn verzoek maakte Jan Klopper een elektrische veilingklok, zodat de vele ruzies tussen de handelaren voor eens en altijd verleden tijd waren.

Corps
Hij was geen lid van het studentencorps, gezien zijn afkomst en zijn financiële middelen hoorde hij daar ook niet. Er is een vermoeden dat hij zich aan het gedrag van de corpsleden gestoord heeft. In 1919 ging hij, met zijn gezin met vijf jonge kinderen, naar Nederlands Indië. In Bandoeng werd hij de eerste rector magnificus aan de Technische Hogeschool aldaar.

Het onderwijsprogramma wat hij inrichtte was opvallend streng en gaf erg weinig ruimte voor een studentikoze levensstijl. In Delft 'studeerden' de corpsleden doorgaans langer dan de niet-corpsleden. In Bandoeng, onder Kloppers leiding, was die ruimte er niet.

De tweede hoogleraar op de reünie van de HBS was Hendrik Quanjer (1877-1961). Hendrik kwam wel uit een milieu waar doorleren normaal was. Zijn vader was apotheker. Het was de bedoeling dat Hendrik in zijn voetsporen zou treden. Hij wilde eigenlijk kunstenaar worden, maar dat wilden zijn ouders niet.

Hij ging farmacie studeren. Maar tijdens de studie kwam hij in aanraking met de beroemde bioloog Hugo de Vries. Hij studeerde wel af als gekwalificeerd apotheker, maar hij heeft dat vak nooit uitgeoefend. Hendrik Quanjer raakte gefascineerd door plantenziektes. In 1906 vertrok hij naar de Rijks Hoogere Land- Tuin- en Boschschool in Wageningen. In 1918 werd Quanjer daar hoogleraar, later werd hij zelfs rector magnificus.

Virussen
Zijn onderzoek was baanbrekend. Hij 'ontdekte' de rol van virussen bij het ontstaan van allerlei plantenziektes. Over de hele wereld heeft men geprofiteerd van het werk van Hendrik Quanjer. Vooral de bestrijding van ziektes bij aardappelen, nog steeds een van de belangrijkste voedingsgewassen, kon nu veel beter aangepakt worden.

Quanjer verloochende zijn afkomst niet: in 1906 promoveerde hij, uiteraard cum laude.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube