Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Enkhuizers krijgen stank van de ansjovis als dank

Bron / Auteur: Klaas Koeman

Op 21 juni 1906 deelde de Gezondheidscommissie aan het gemeentebestuur van Enkhuizen mee dat ze zich zorgen maakte over een mestvaalt. Nu waren daar meer van in de stad, maar deze lag bijna boven de veel gebruikte regenwaterbak van de Westerkerk en vlak achter het zogenaamde Kostenloze Schooltje aan de Westerstraat. Een zeer onhygiënische en ongezonde situatie.
Het voorkomen van dit soort onhygiënische toestanden was de taak van de plaatselijke Gezondheidscommissies. Deze waren in de Gezondheidswet van 1901 verplicht gesteld. Gevraagd en ongevraagd dienden zij de plaatselijke overheden van advies.

In de Enkhuizer commissie was de bekende arts Dr. Van der Lee voorzitter. Samen met onder anderen J. C. de Groot, bouwkundig opzichter van de Snouck van Loosenstichting, Van der Loo, directeur van Rijksbetonning en de apotheker J. de Wit Pzn. legde hij op 12 januari 1903 de eed af tegenover de burgemeester. Het werkgebied van de Enkhuizer Commissie was heel oostelijk West-Friesland, Urk, Terschelling en Vlieland. Vandaar dat de Terschellinger godsdienstleraar Van Ros- sum trouw elke maand de tocht van zijn eiland naar het stadhuis van Enkhuizen, de vaste vergaderplaats, maakte. Hij onderzocht bijvoorbeeld de klachten over de kwaliteit van het drinkwater aan boord van de haringschepen die van Terschelling uitzeilden. De klachten bleken terecht en de thuishavens van de schepen, Maassluis en Vlissingen, werden gewaarschuwd.

In het eerste jaar van haar bestaan kreeg de commissie al vele klachten. In het bloemkoolseizoen lagen de sloten en vaarten rond Bovenkarspel en Grootebroek vol met rottende koolbladeren, de stank was niet te harden. De klachten hierover zouden jaar na jaar terugkeren.

Maar de Enkhuizers konden er ook wat van. Een overvloedige ansjovisvangst was erg prettig voor de vissers. Maar de halve stad stonk tijdens de ansjovisteelt naar rotte vis. Ook die klachten zouden nog jaren aanhouden. Ook in individuele gevallen trad de commissie op. Ds. Bleijenberg had last van de stank die van het erf van zijn buurman Aarhuis kwam. Na onderzoek bleek de zinkput de boosdoener. De put werd gedempt en enigszins provisorisch werd een riooltje naar een grotere zinkput gemaakt.

De commissieleden trad ook preventief op. Dokter van der Lee had het sterke vermoeden dat de tien tyfusgevallen in de stad door besmette melk veroorzaakt waren. Maar meer dan een vermoeden was het niet. Toch werd alle melk te gecontroleerd. En er werd een advertentie in de Enkhuizer Courant gezet om de huisvrouwen te adviseren alle melk te koken.

Over de drinkwatervoorziening in de stad was de commissie slecht te spreken. Er was alleen regenwater, opgevangen in gemetselde kelders en eigenlijk voldeed geen van die regenwaterbakken aan de eisen. Het kwam zeer regelmatig voor dat de riooltjes en gootjes lekten in de waterbakken. De gevolgen voor de volksgezondheid laten zich raden.

Overig Nieuws

Bekijk oude berichten in het nieuwsarchief »
Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube