Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

De visafslag was zelfs na de Afsluitdijk winstgevend

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

De visafslag was zelfs na de Afsluitdijk winstgevend
Het gebouw was nog niet eens klaar toen op 29 april 1907 de eerste vis geveild of afgeslagen werd, zo’n haast hadden de vissers. De gemeenteraadsleden mopperden wel een beetje. Zij hadden weliswaar toestemming gegeven en een afslagcommissie benoemd, maar eer ze goed en wel beseften wat ze hadden besloten, was de commissie al aan het bouwen en werd er personeel aangesteld. Het verweer van de commissie was simpel: het ansjovisseizoen stond op het punt te beginnen, vandaar.

Het initiatief om een afslag op te richten kwam van de vissers en een aantal handelaren. Vooral de vissers verwachtten er veel van, de veilingen in de agrarische sector hadden een versterking van de positie van de producenten ten opzichte van de handelaren laten zien. De gemeente nam het initiatief over en op verzoek van de vissers werd het zelfs een gemeentelijke visafslag. Juridisch stond men dan veel sterker. In de gemeentelijke verordeningen werd geregeld dat niemand buiten de visafslag om nog vis mocht kopen. De afslag werd gefinancierd door een heffing van 2% van de omzet.

Natuurlijk waren er in het eerste jaar handelaren die de afslag probeerden te mijden, ook al omdat ze de 2% niet wilden betalen. Maar in het jaarverslag van de gemeente kon men al begin 1908 melden dat de samenwerking tussen de gemeente, de vissers en de handelaren niets te wensen overliet. 

De ‘Drijvende Bioscoop’

Anders was de situatie een paar jaar later. Er waren vérgaande plannen om het eerste houten gebouwtje te vervangen door een stenen  exemplaar. In 1913 gebeurde dat ook daadwerkelijk, maar daardoor verdween de goede samenwerking tussen met name de vissers en de gemeente. De vissers, verenigd in de visserijvereniging ‘Ons Belang’, vonden de nieuwbouw veel te duur, ook een salarisverhoging voor het personeel van de visafslag schoot de vissers in het verkeerde keelgat. Daarbij kwam dat het Weduwen- en Wezenfonds van de vereniging bijna leeg was: Ons Belang wilde, om dat fonds in stand te houden, zelf de visafslag exploiteren. De gemeenteraad weigerde hierop in te gaan waarna de vissers besloten een nieuwe afslag op te richten.

Vanaf dat moment was het oorlog tussen de vissers en de gemeente. Ons Belang begon een afslag in een pakhuis aan de Oosterhaven, maar dat gebouw werd op last van de gemeente, en door de burgemeester hoogstpersoonlijk, gesloten en verzegeld. Daarop werd er zelfs een visafslag georganiseerd op een bootje in het Krabbersgat. De ‘Drijvende Bioscoop’ werd dit spektakel spottend genoemd. Deelnemende vissers kregen echter de ene boete na de andere. Uiteraard moest de rechter er aan te pas komen en de zaak belandde zelfs voor de Hoge Raad. Die stelde de gemeente in het gelijk en de vissers bonden in: hun eigen visafslag werd opgeheven. Een aantal jaren later werd het Weduwen- en Wezenfonds opgeheven, maar het Bejaardenfonds bleef bestaan. 

Vissen in zoet water

De samenwerking tussen de gemeente, de vissers en de handelaren werd weer hersteld; de gemeentelijke visafslag werd jarenlang niet meer bedreigd. De afslag overleefde zelfs de afsluiting van de Zuiderzee.

Tot verbazing van velen, ook de vissers, ontwikkelde zich een zoetwatervisstand, waardoor de visserij weer rendabel werd. Veel vissers die na de afsluiting gestopt waren met hun bedrijf gingen weer de zee op. Ze visten niet meer op haring en ansjovis maar op snoekbaars en paling. De afslag voer er wel bij. 

De grootste visafslag van Nederland

De Tweede Wereldoorlog was een bizarre periode voor de IJsselmeervisserij. Doordat er op de Noordzee niet meer gevist mocht worden, werd de zoetwatervisserij een belangrijke voedsel bron. De Enkhuizer afslag was korte tijd zelfs de grootste van Nederland! 

Na de oorlog normaliseerde de situatie zich gelukkig weer. De bijzondere positie van de afslag in Enkhuizen verdween, maar de visserij bleef wel een bloeiende bedrijfstak. In 1946 werd er zelfs een nieuwe visafslag gebouwd.

Het einde

En nu staat die afslag leeg. Er is weinig vis meer in het IJsselmeer. De oorzaak van de teruggang van de visstand is onduidelijk. De vissers geven de aalscholvers de schuld. Maar er trekt ook te weinig glasaal (jonge paling) het IJsselmeer binnen. De watervervuiling zou de oorzaak zijn, maar het IJsselmeer wordt juist schoner en zelfs helder. Dat zou ook een oorzaak van de achteruitgang kunnen zijn. En natuurlijk wordt het IJsselmeer overbevist. Van zevenhonderd vrouwelijke palingen in het IJsselmeer zou er wel geteld één aan de netten van de vissers kunnen ontsnappen.

De afslag heeft de afname van de aanvoer niet overleefd. Op vrijdag 28 maart 2009 organiseerde de gemeente een reünie voor iedereen die iets met de visafslag te maken heeft gehad. En dat was het einde van een inmiddels honderdjarig instituut.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube