Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Na 1850: welvaart voor de boeren

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Na 1850: welvaart voor de boeren
In de tweede helft van de negentiende eeuw vond er een ware revolutie in de veeteelt plaats. Kaas werd niet langer meer op de boerderij gemaakt, maar in een kaasfabriek. De Westfriese boeren legden nieuwe markten open. Zij exporteerden hun koeien en stieren naar de Nieuwe Wereld: nog steeds fokken de Amerikaanse boeren met de Westfriese zwartbonte koeien de Holsteiners.


In wel drie nummers werd er in het ‘Nieuws- en Advertentieblad voor de Stad Enkhuizen en Omstreken’, de eerste krant in Enkhuizen, aandacht besteed aan de grote Land- en Tuinbouwtentoonstelling  in Enkhuizen in oktober 1854.

Het was ook geen kleine tentoonstelling die gehouden werd in Artibus Sacrum (de Euchariuskapel), in het Zeekantoor en op het veld tussen de kapel en de Driebanen. Zeventig à tachtig runderen stonden er, vijfentwintig paarden en bijna tachtig inzendingen met planten, zaden groentes en bomen. Ook waren er allerlei machines. De vooruitstrevende redacteur/uitgever van het blad, de heer Hedde de Ringh, had óók oog voor het belang van zo’n tentoonstelling. Het ging volgens hem niet om wie een prijs kreeg voor de grootste koe of aardappel, veel belangrijker was het dat men kennis maakte met allerlei nieuw technieken en machines. Een tentoonstelling als deze diende om de jansaliegeest te doorbreken en de vooruitgang te stimuleren.

Succes

De tentoonstelling was een groot succes. Trots was men in Enkhuizen dat er zo’n initiatief genomen werd in de stad. Er werd overal feest gevierd en op verzoek van het gemeentebestuur werd er zo veel mogelijk gevlagd. Op 7 oktober plaatste de burgemeester Van Bleiswijk en zijn gemeentesecretaris een advertentie waarin zij de bevolking voor haar medewerking bedankte. Ook bedankten zij de vele duizenden bezoekers.

Nieuwe markten

De Ringhs verwachting, of hoop, dat er een andere mentaliteit onder de agrariërs zou ontstaan werd bewaarheid. De veeboeren in Enkhuizen, maar ook in heel West-Friesland ontwikkelden zich tot een progressieve beroepsgroep die nieuwe markten openlegde. De export van fokvee naar Amerika bijvoorbeeld nam een hoge vlucht. De zwartbonte koeien in de VS worden abusievelijk Holsteiners genoemd. Ze hebben weinig met Duitsland te maken, voor het grootste gedeelte hebben die koeien West-Friese voorouders.

Het belangrijkste product van de West-Friese boeren was kaas. Die kaas werd ten tijde van de tentoonstelling op de boerderijen door de boerinnen gemaakt en op de kaasmarkten verkocht. Maar al in de negentiende eeuw werden er fabriekjes opgericht waarin de melk op een efficiëntere en goedkopere manier tot kaas werd verwerkt. Langzamerhand verdwenen dan ook  de kaasmarkten. Door een nauwkeurig bijgehouden stamboek waren de boeren ook veel beter in staat gerichter te fokken en daardoor de kwaliteit van de melk te verhogen. 

Stadse fratsen

De welvaart van de veeboeren begon na 1850, voor het eerst in twee honderd jaar, te stijgen. Het is niet voor niets dat bijna alle boerderijen in Enkhuizen van na 1870 zijn. De boeren hadden nu geld en investeerden dat in nieuwe stolpen. Die boerderijen hadden één voordeur. Via de stal liep je naar de woonruimte. Dat was gauw over. Bij de eerstvolgende verbouwingen kreeg de woonruimte een eigen voordeur. Misschien heeft een enkele boer nog over stadse fratsen gemopperd. Dat zal niet al te hard geweest zijn, want zijn vrouw had inmiddels de woonruimte tot haar domein verklaard.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube