Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

'Ik wens je het geld van Lakenman en de zegen van Griethuizen'

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Het Venedie met rechts, de huidige ABN Amro bank, het pand van de Lakenman bank
Het Venedie met rechts, de huidige ABN Amro bank, het pand van de Lakenman bank

In 1924 was de Lakenmans bank (officieel de Weduwe S. Lakenman en Zoon’s Bank) al in de problemen geraakt. Het bedrijf werd toen gered door de firma Tjeenk uit Amsterdam. De bank betaalde daarna toch weer een aantal jaren dividend uit, maar in 1934 en 1935 kon dat niet meer. In augustus 1936 werd voorlopige surseance van betaling aangevraagd. 


De stad schrok. De Lakenmans Bank was een instituut. De familie Lakenman was al eeuwen een bekende en welvarende familie in Enkhuizen.

In het verslag van de curatoren komen we een aantal oorzaken tegen. Heel duidelijk wordt gezegd dat de economisch crisis niet de oorzaak is. De bank was door te ruime kredietverstrekking afhankelijk geworden van drie bedrijven, de Enkhuizer betonindustrie van de firma Last, de scheepswerf Vooruit, en de Cacao- en Chocoladefabriek West-Frisia. Daarnaast overleed de heer M. A. Emmerling. En die was al sinds 1910 directeur van de bank. Emmerling had een uitgebreid netwerk, want hij was voorzitter van de Kamer van Koophandel in Hoorn en commissaris bij verschillende bedrijven. Onder andere was hij ook één van de oprichters van de NV Cacao- en Chocoladefabriek West-Frisia. Door zijn overlijden miste de bank de kennis om de tegenvallende resultaten op te vangen.  

De mededirecteur M. A. van Leeuwen was veel minder actief geweest op de bank. Hij was wiskundeleraar aan de Enkhuizer HBS toen hij in 1902 trouwde met de dochter van Wander Lakenman, Theodora. Drie jaar later volgde zijn benoeming tot directeur van de Bank. Hij volgde ook zijn schoonvader op als beheerder van het Snouck van Loosenfonds.  

Nadat de bank surseance van betaling had aangevraagd, kwam men in de stad snel tot actie. De Kamer van Koophandel organiseerde een bijeenkomst op het stadhuis. Daar werd een comité opgericht onder leiding van burgemeester J.C.Haspels. Het comité wilde de belangen van de crediteuren bundelen om daardoor de maatschappelijke schade zoveel mogelijk te beperken. Aan de ene kant wilde men zo snel mogelijk een betaling van de crediteuren, maar men wilde ook de debiteuren niet al te hard aan pakken. Dat zou de maatschappelijke schade nog groter hebben gemaakt. De crediteuren kregen in de loop van 1937 50 % van hun geld terug, in de jaren daarna kwam er nog zo’n 20% bij.  

Van de drie grote bedrijven sneuvelde alleen blijvend de ‘Cacaofabriek’. De betonindustrie en de scheepswerf maakten een doorstart. De verdere schade van het faillissement is nu nog moeilijk in te schatten. Heel veel zaken werden gewoon handje contantje geregeld. Er zullen particulieren geweest zijn die een gedeelte van hun spaargeld kwijtraakten. Kleine bedrijven, vaak van tuinders, zullen zeker gedupeerd zijn geweest. Maar andere ondernemers hadden hun voorzorgsmaatregelen genomen. Zij hadden rekeningen bij verschillende banken. 'Je moet niet al je eieren onder één kip leggen', luidde het devies.




Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube