Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Landingsvaartuigen oorzaak bombardement

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Carina Jonker

Landingsvaartuig in aanbouw
Landingsvaartuig in aanbouw
Van de oorlogsjaren heeft het bombardement bij de haven en de Drommedaris de grootste sporen nagelaten in Enkhuizen en bij haar inwoners. Het is het eerste dat genoemd wordt bij herinneringen aan de tweede wereldoorlog, het heeft dan ook grote indruk gemaakt. Er vielen 23 doden en veel mensen weten nog precies hoe zij door simpel toeval de dood hebben ontlopen. De Duitse aanwezigheid in de haven zorgde voor een aanval van Engelse afkom. Afgelopen jaar kwam het bewijs hiervan op zeldzame foto’s naar voren. Op jonge leeftijd wist Dhr. De Haan de foto’s te bemachtigen.

Henk de Haan heeft twee waardevolle foto’s van de haven van Enkhuizen in zijn bezit. Na het bombardement moest alles in de haven opgeruimd worden, ook het kantoor. Daar vond Henk deze foto’s, met een Duitse stempel op de achterkant, hij heeft ze snel bij zich gestopt. Hierop staan landingsvaartuigen die de oorzaak zijn geweest van het bombardement. “Het had allemaal te maken met wat er voor de Duitsers gebouwd werd, hier op de scheepswerf. Ik ben daar eind 1943, als jongen van 14 komen werken. Mijn vader was namelijk slager en tijdens de oorlog was hij zo stout om te blijven slachten, tot hij werd verraden en opgepakt.

v.l.n.r. Frans Karemaker, Jo Kooy en Henk de Haan op de werf
v.l.n.r. Frans Karemaker, Jo Kooy en Henk de Haan op de werf

Om te zorgen voor inkomsten thuis moest ik van school af en aan het werk.” Hij kwam op de werf terecht bij de timmerafdeling waar ze werkte aan Deense Kotters. “Deze schepen, volledig gemaakt van hout, deden dienst als mijnenvegers aan de kust. Wij timmerden de verblijven voor de manschappen en de officieren en onderofficieren. Met dikke platen hout van 5 of 6 centimeter die werden gestoomd om soepel te maken en zo te kunnen buigen in en om dat schip heen. 

Schuilen in de landingsvaartuigen

"In de haven lagen ook landingsvaartuigen die gebruikt werden in de rivieren of aan de kust. Daar heb ik zelf nooit aan gewerkt, want die waren helemaal van ijzer, maar het bouwen en te water laten heb ik wel gezien." Er werkte in die tijd heel veel mensen op de werf, eigenlijk het dubbele dan voor de hoeveelheid werk nodig was. Uit meerdere verhalen komt naar voren dat de Ortscommandant, die gestationeerd was in de huishoudschool op de kaasmarkt, heel soepel is geweest en veel door de vingers zag. "Ik meen dat er op een gegeven moment zelfs zo'n 110 mensen werkten op de werf. Sommigen kwamen 's morgens en die zag je niet meer, die kropen weg. De landingsvaartuigen hadden een dubbele bodem van vijftig centimeter. Er waren erbij die kropen in die dubbele bodem, zogenaamde hulp van de klinkgroep. Dat kon allemaal. De eigenaren van de werf, Van der Belt en Donker, konden goed overleggen met de Ortscommandant en hebben er zo voor gezorgd dat er veel mannen in Enkhuizen bleven in plaats dat ze ter werk gesteld werden in Duitsland. Toentertijd kon je vanaf je 19e naar Duitsland gestuurd worden, later al vanaf je 17e." 

“Als ik ook hout had moeten halen..“

Het bombardement kostte de afdeling van De Haan vijf man. De gebroeders Reus en schilder Johannes van Koll. “We waren aan het werk en de gebroeders Reus kwamen bij ons vragen of we nog schrootjes nodig hadden. Als we die nodig hadden gehad was ik met ze meegegaan. Maar Jo Kooyman, mijn baas, riep dat we genoeg hadden. De gebroeders gingen samen naar de timmerafdeling, daarboven was de schilderwerkplaats, waar Van Koll aan het werk was. Toen de bommen gevallen waren zocht iedereen een uitweg. Maar die mannen in de werkplaatsen konden geen kant op en die synthetische verf brandde als ik weet niet wat.“ 

“We probeerde zo snel mogelijk de haven uit te vluchten. Waar nu het chinese restaurant zit had je vroeger Van der Zee, daarnaast zat een ijzeropslagplaats en daar zat een deur. Die kwam uit aan de Wilhelminabrugkant. Iemand voor ons had hem al stuk getrapt, het was namelijk een nooduitgang. Daarna konden we zo richting kat-en-hondsbrug rennen. Er gingen ook mensen onder de Drommedaris schuilen. Dat zeiden ze ook altijd tegen elkaar. ‘Als er wat gebeurt, dan gaan we naar de Drommedaris, want daar kan je niks gebeuren.‘ Maar daar lagen ook twee doden. Een van de bommen was precies voor de ingang gevallen en ze stonden in de poort.“

“Het was moeilijk de mannen in de werkplaats te identificeren, het was helemaal afgebrand. Een van hen was te herkennen aan zijn tabaksdoos. Vroeger had je tabaksdozen voor sigaren én voor tabak. Een van de gebroeders Reus had altijd pruimtabak in een hele bekende doos van Van Nelle, met een groot uitroepteken erop. Daar zaten zijn identiteitspapieren in, net als zijn stamkaart en etensbonnen. Daaraan hebben we kunnen zien wie Jan en wie Meindert was. Ja, dat was heftig hoor. Als wij toen ook hout nodig hadden gehad, was ik als loopjongen met ze meegegaan. Dat realiseer je je wel achteraf, dat het gewoon geluk is geweest dat ik niet ben meegegaan.“




Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube