Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Politieke ruzie met gedwongen wapenstilstand

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Pieter Jan de Vries

“De Bouw” en schuur van Koolhaas aan de Molenweg
“De Bouw” en schuur van Koolhaas aan de Molenweg
Een foute rooilijn van een pakhuis aan de Molenweg zorgde vlak voor, tijdens en kort na de oorlog voor een hooglopend conflict tussen de rechtse burgemeester Haspels en de twee linkse wethouders Rodenburg en Roosendaal. Wrang genoeg dwong diezelfde oorlog de kemphanen tot een tijdelijke wapenstilstand.

Rechts sloeg in die tijd op alles wat confessioneel was: protestants of katholiek. Links was de aanduiding voor de rest: liberaal of socialistisch. Tot de verkiezingen van 1939 was de raad met een meerderheid van 7 tegen 6 rechts geweest. Na de verkiezingen was die verhouding precies omgekeerd. Links wilde daarom twee wethouders tegenover de rechtse burgemeester en slaagde daar ook in. De autoritaire burgemeester Haspels vormde met de idealistische socialist Piet Rodenburg en de zakelijke wegenbouwer en vrijzinnig democraat Chris Roosendaal een nogal gemêleerd college van B en W.

Het betreffende pand bestaat nog altijd en herbergt tegenwoordig de supermarkt van Albert Heijn. Het werd in 1936 gebouwd als pakhuis voor de toenmalige zaadhandel van Abraham Sluis. Maar er was, ondanks de afwijking van de rooilijn, een gemeentelijke toestemming geregeld. En Sluis en Haspels waren lid van dezelfde partij en hetzelfde kerkgenootschap!

Een vete is geboren

De afwijking van de bouwvoorschriften zou in de vergetelheid zijn geraakt, ware het niet dat de tuinder en groentehandelaar A.J. Koolhaas een bedrijfsuitbreiding wilde realiseren naast het betreffende pakhuis en ook met dezelfde rooilijn als het pand van Sluis. En dat wilde Haspels niet toestaan. Voor een college van b en w waarin de leden toch al met grote animositeit tegenover elkaar zaten, lag daarmee de munitie klaar. De wethouders stonden achter Koolhaas en burgemeester Haspels had het nakijken.

Er speelde in dezelfde periode nog een affaire. Die had als inzet de verkoop van een oude, gemeentelijke vetgasfabriek aan de Oosterhaven, in latere jaren een metaalconstructiebedrijf. Een minderheid van de raad was er met Haspels tegen. Een van die raadsleden was de eerdergenoemde Abraham Sluis. De wethouders en de rest van de raad waren voor. De burgemeester kon de tegenwerking niet verkroppen en liep achter de rug van de wethouders om naar Gedeputeerde Staten, die toestemming voor het raadsbesluit moesten geven. De wethouders kwamen erachter en schreven in een brief aan de Staten hun gram van zich af. Zij haalden daarbij ook de affaire Koolhaas aan als bewijs van de manipulatieve instelling van Haspels. Dit werd hen nog lang nagedragen. Haspels bestempelde dit na de oorlog als een on-Nederlandse handeling, daarmee trachtend de carrières van Rodenburg en Roosendaal als wethouder te blokkeren.

Op bevel van de bezetter verandert er in 1942 veel bij de gemeentebesturen. Ook in Enkhuizen. De burgemeester die in een aantal gevallen een principiële houding tegenover de Duitser had laten zien, werd opgepakt, van zijn taak ontheven en weer vrijgelaten. Hij dook onder. Raad en wethouders werden door de Duitsers aan de kant geschoven en Rodenburg kwam in het verzet terecht waar hij veel goed werk kon doen voor het Nationaal Steunfonds, een organisatie die de families van slachtoffers van de bezetting steunde. Bij Roosendaal kon hij daarbij vaak op een royale bijdrage rekenen. Pas ná de oorlog zou het bijleggen van de ruzie min of meer afgedwongen worden. Maar daar zou nog veel gekuip en gekonkel aan voorafgaan.

De strijd laait weer op

Na de bevrijding moesten overal opnieuw gemeentebesturen worden gevormd. Daarvoor waren veel noodmaatregelen nodig. Eén daarvan was het herbenoemen van ‘goede’ burgemeesters door de Commissaris van de Koningin. Haspels kwam weer op zijn oude zetel in Enkhuizen terecht. Aan hem vervolgens de opdracht om weer betrouwbare wethouders te benoemen. Dit pakte voor Rodenburg en Roosendaal onverwachts ongunstig uit. Haspels wilde ze niet meer. Met het ‘on-Nederlandse’ gedrag van augustus 1941 als excuus. In plaats van een gemeenteraad kwam er voorlopig een Commissie van Advies. Daarin zaten enige kopstukken uit het plaatselijk verzet. Zuur voor Haspels was echter dat het Militair Gezag, dat heel goed op de hoogste was van de verzetsdaden van Rodenburg, hem een plaats toewees in de zuiveringscommissie voor gemeentepersoneel.

De burgers in Enkhuizen pikten de onredelijke behandeling van de wethouders evenmin. Ook de Enkhuizer Courant droeg bij aan het gevoel van ongenoegen. Over en weer wisselden de verwijten elkaar af. De Commissaris en de Minister van Binnenlandse Zaken bemoeiden zich er mee. Maar de tijd was een goede bondgenoot van de wethouders. Op 22 oktober 1945 werd een nieuwe gemeenteraad gekozen, of eigenlijk samengesteld. De verhoudingen binnen de bevolking waren de leidraad. De oude raad keerde grotendeels terug en de stellingen in het B en W-conflict werden weer betrokken.

Toch was de winst uit de oorlog het besef dat het gezond verstand tenslotte hier de oplossing moest brengen. En dat gebeurde ook, zij het met een bloedeloze verklaring die door een speciale commissie in elkaar was geknutseld en door de drie tegenspelers werd ondertekend. De inhoud bestond uit tamelijk holle frasen als ‘zo niet bedoeld’, ‘hersteld vertrouwen’ en ‘een on-Nederlandse daad is geen on-Nederlandse gezindheid’.

Op 19 november 1945 kwam de nieuwe raad bijeen. Met grote meerderheid werden de wethouders weer op hun zetels geplaatst. Alleen de antirevolutionairen, de partij waar Haspels lid van was, stemde tegen.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube