Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Dagelijks leven kwam weer op gang

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

"Het meisje in de taxi" (Damsel in distress) met Fred Astaire
Het was een opluchting om weer een advertentie te zien voor een Amerikaanse film. "Het meisje in de taxi" , met Fred Astaire, verscheen al in juni 1945 op het grote scherm. "Vanaf heden draaien wij zaterdag, zondag en maandag", vermeldde de advertentie van de Munt-bioscoop trots. Een week later werd zelfs "De charge van de lichte brigade" met Errol Flynn vertoond. Een verademing na de eindeloze serie Duitse films met de vriendinnetjes van Joseph Goebbels in de hoofdrol.

Er konden ook weer lezingen georganiseerd worden. Dr. Banning en later Koos Vorrink spraken in de Doele, ongetwijfeld om de plannen voor een brede linkse partij uit te leggen. Er moest een "doorbraak" komen, de linkse christenen en liberalen moesten samen met de linkse arbeiders één grote partij vormen. Die brede PvdA moest de oude SDAP vervangen. Dit soort discussies hoefde niet meer in het geheim gevoerd worden.

Maar allerlei alledaagse zaken werden ook wat makkelijker. Je mocht de stortbak van de WC weer gebruiken, al werd er bijna dwingend aan toegevoegd om zo zuinig mogelijk met het drinkwater om te gaan. Maar dat hadden de huisvrouwen inmiddels wel geleerd: in de winter van 1944-45 waren zelfs allerlei oude waterputten weer in gebruik genomen. In juli was er weer stroom. Er werd wel gewaarschuwd: elektrische apparaten die lang niet gebruikt waren, en dat waren de meesten, konden vochtig zijn en kortsluiting veroorzaken.

Het gas bleef een probleem. Nog jaren bleef de gasfabriek onregelmatig produceren. De ovens waren eigenlijk versleten, de geleverde kolen – als die er al waren – bleken te slecht van kwaliteit. In de winter van 1946-47 moesten de scholen dicht, omdat er geen brandstof was om de kachels te stoken. Pas in 1949 werd de gastoevoer een beetje betrouwbaar. Maar tegen die tijd was de fabriek al aan haar zwanenzang begonnen. De hoogovens in IJmuiden hadden gas over. Het stadsbestuur wilde de gasfabriek wel houden, je wist nooit wat er kon gebeuren, maar Den Haag was onverbiddelijk. De productie van gas werd in Enkhuizen stopgezet en het complex bij de Oosterhaven werd een distributiestation. 

Door al die problemen met het gas bleef de straatverlichting ook ver onder de maat. In de herfst van 1947 overleed er zelfs een baby door het gebrek aan straatverlichting. Een chirurg uit Hoorn was met zijn auto zo snel mogelijk naar Enkhuizen gereden omdat er een bevalling fout ging. Eenmaal voorbij de Koepoort verdwaalde de man in het donkere Enkhuizen. Tegen de tijd dat hij het goede huis gevonden had, was het kind al overleden. Nog niet eens de helft van alle lantaarns kon men aan de praat krijgen. En in 1949 vroegen de artsen of de brugleuningen van de bruggen over de Zuider Havendijk wit geschilderd konden worden: dan liepen ze ’s nacht minder gevaar in het water te raken. Ook in de haven klaagde de vissers steen en been. In het stikdonker aan en van boord stappen was levensgevaarlijk. Pas toen de gemeente genoeg geld had om overal elektrische straatverlichting aan te leggen, namen de klachten af. Maar toen waren de jaren vijftig inmiddels aangebroken.

Andere uiterst irritante zaken verdwenen gelukkig al snel. In juni 1945, deelde het Militair Gezag mee dat men ’s nachts weer naar buiten mocht. De spertijd, van 11 uur tot 5 uur, was opgeheven. Ook het reisverbod verdween, hoewel je voor Friesland, Texel en Den Helder nog een vergunning moest halen. Die kon je krijgen bij hetzelfde Militair Gezag in Hoorn, als je tenminste een bewijs van politieke betrouwbaarheid kon overleggen. En dat document kon je afhalen bij de P.O.D., de Politiek OpsporingsDienst op de Noorder Havendijk. Dit alles volgens een mededeling van de plaatselijke commandant van het Militair Gezag, J. Poorta. In het burgerleven was hij havenmeester.

Reizen werd echt mogelijk toen de treinen weer begonnen te rijden. In augustus kwam er een soort spoorboekje: voorlopig nog 1 trein per dag en die deed er twee en een half uur over om in Amsterdam te komen, maar het begin was er.

Gereisd was er wel door repatriërende dwangarbeiders en andere ex-gevangenen van de Duitsers. Wekenlang publiceerde de Enkhuizer Courant lijsten van namen van “zij die terugkeerden”. Er werden advertenties geplaatst door mensen die hun familie, buren en bekenden bedankten voor de hartelijke ontvangst bij hun terugkeer. Maar ook verschenen er rouwadvertenties voor mensen die al maanden geleden in Duitsland overleden waren. Burgemeester Haspels deed een oproep om zo veel mogelijk informatie te geven over de vermisten. Misschien had een overlevende van de kampen en andere verschrikkingen nog iets gezien van een stad- of streekgenoot. Enigszins jaloers zal de burgemeester dit berichtje van 12 juli in de krant hebben gelezen. Onder de kop: ‘De laatste’ stond er: “Gistermorgen is uit Duitsland teruggekeerd onze plaatsgenoot J. Hittema. Hiermede zijn thans alle Hauwerters weer thuis, wat zeer verblijdend mag worden genoemd”.

De distributie bleef jammer genoeg nog jarenlang nodig. Tot 1949 waren huisvrouw en winkelier gedwongen om bonnetjes te gebruiken. Nauwkeurig moest bijgehouden worden welke producten deze week gekocht konden worden. Zelfs het repareren van schoenen was nog lang op de bon. In zijn nieuwjaarstoespraak van 1949 kon burgemeester Haspels eindelijk aankondigen dat de distributiedienst in liquidatie was. In september van dat jaar stopte de distributiedienst met haar activiteiten, de laatste ambtenaren werden ontslagen. De katholieke gemeenschap kreeg het Gomarusgebouw op de Breedstraat weer terug. Precies 6 jaar nadat de Duitsers het pand hadden gevorderd.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube