Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Maya Bouma werd één van de elf

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Enkhuizer Courant - 23 juni 1954

Maya Bouma werd één van de elf
Tot één van de weinigen die ’s nachts met de laatste trein in Enkhuizen arriveerden, behoorde in het afgelopen half jaar altijd Maya Bouma. Zij was en is een van de leden van het Cabaret van Wim Kan, dat van 16 December tot 1 Juni elke avond honderden landgenoten enkele genotvolle uren verschafte met de voorstelling van “De Bedriegertjes”.

De start van het programma was voor rekening van Maya Bouma, een Enkhuizer meisje, dat vorig jaar haar entree maakte in plankenland, nadat zij door Wim Kan uit vele gegadigden was uitverkoren tot het spelen van een achttal kleine rolletjes.

Het feit dat Maya ook voor het nieuwe seizoen weer geëngageerd is, geeft ons de overtuiging dat zij haar taak goed heeft vervuld. Maar Maya zelf laat zich daar niet over uit, want het woord “goed” valt niet gauw in de wereld van de kleinkunst met een grote K. Hard werken, volhouden en jezelf veel opoffering getroosten, dat zijn daar primaire zaken. Niet alleen voor hem of haar die pas begint, ook voor de allergrootsten als Wim Kan en Corry Vonk.

Alle dagen hard werken
Reeds tijdens de eerste repetitie is dit Maya duidelijk geworden. Eerlijk gezegd, had zij zich daar aanvankelijk een wel enigszins andere voorstelling van gemaakt. ‘Maar laten wij het verhaal van het begin af vertellen. Altijd had ze grote belangstelling voor toneel en cabaret en toen de schooldeur achter haar dichtsloeg, schreef zij brieven naar Wim Sonneveld. Wim Ibo, Toon Hermans en Wim Kan. Groot was de vreugde, toen Wim Kan haar schreef om maar eens naar “Diligentia” in Den Haag te komen en dan te laten zien en horen wat ze kon. Ze moest, zo stond er in de brief, ook een Hollands liedje zingen.

De keus viel op dat wat Ans Heidendaal vaak voor de radio zong: Je moet nog even aan me denken voor je slapen gaat. Voor Maya op de auditie aan zingen toekwam, was ze op van de zenuwen. “Ik zong ontzettend slecht en vond me wel bijzonder ongunstig afsteken bij een jongeman, die even te voren zong met een stem waarvan de muren trilde”. Maar Maya kreeg de boodschap mee naar huis om in September op de repetitie te komen en de raad ondertussen lessen te nemen in voordrachtskunst, bewegingsleer, ademhalingstechniek en spraakles.

Hetty Blok was bereid Maya te onderrichten. Toen kwam de grote dag van de eerste repetitie. Het was in één woord een ontgoocheling. In een steenkoude zaal werd gerepeteerd van half negen ’s morgens tot twaalf uur en van des middags één tot ’s avonds acht uur. En het ging er niet zo zoetjes aan toe. Een verkeerde pas was voldoende om van een salvo terechtwijzingen verzekerd te zijn en het laatste greintje pretentie “het nu wel te kunnen” volledig weg te vagen.

De dag van de première zal Maya niet licht vergeten. Zij had toen feitelijk een eentonige bezigheid: asperine slikken en overgeven. Kort voor het doek voor de eerste voorstelling Tot één van de weinigen die ’s nachts met de laatste trein in Enkhuizen arriveerden, behoorde in het afgelopen half jaar altijd Maya Bouma. Zij was en is een van de leden van het Cabaret van Wim Kan, dat van 16 December tot 1 Juni elke avond honderden landgenoten enkele genotvolle uren verschafte met de voorstelling van “De Bedriegertjes”.

De start van het programma was voor rekening van Maya Bouma, een Enkhuizer meisje, dat vorig jaar haar entree maakte in plankenland, nadat zij door Wim Kan uit vele gegadigden was uitverkoren tot het spelen van een achttal kleine rolletjes. Het feit dat Maya ook voor het nieuwe seizoen weer geëngageerd is, geeft ons de overtuiging dat zij haar taak goed heeft vervuld. Maar Maya zelf laat zich daar niet over uit, want het woord “goed” valt niet gauw in de wereld van de kleinkunst met een grote K. Hard werken, volhouden en jezelf veel opoffering getroosten, dat zijn daar primaire zaken. Niet alleen voor hem of haar die pas begint, ook voor de allergrootsten als Wim Kan en Corry Vonk. van de Bedriegertjes openging, vertelde ze Wim Kan haar wederwaardigheden van die dag. “Als je dan niet zou hebben, dan moest je nooit een voet op de planken zetten”.

Gewapend met die troost werd Maya enkele ogenblikken later geconfronteerd met het geëerd publiek, inderdaad “geëerd publiek”. Want vaak informeert Wim Kan waar zijn bezoekers vandaan komen. “Uit Maastricht, Winschoten en Enschede zijn ze vandaag gekomen” zei hij dan en liet daarop volgen: “laten we weer onze uiterste best doen, want die mensen verwachten iets van ons”. Wim Kan voelt direct aan welk publiek hij in de zaal heeft en toen Maya hem eens vroeg of er van verschillende categorieën sprake was, zei hij: “Zaterdags komen vaak de bulkers, de mensen met de gulle lach, Zondags hebben de bezoekers meestal juist voor de voorstelling gegeten en zijn ze nogal zoet, Maandags zijn er de mensen met een glimlach.”

Tijdens de voorstellingen heerst er een prettige sfeer tussen de medewerkenden. Natuurlijk is er wel eens tussen de kleinere goden een tikkeltje jalouzie, maar unaniem is er bewondering voor de groten. “Als Lia Dorana optreedt, sta ik altijd tussen de coulissen, ik heb veel aan haar te danken”, zei Maya ons. Eens op een avond viel er tijdens het optreden van Lia Dorana een pijnlijke stilte. Op de voorste rij van de zaal zaten twee beschonken toeschouwers, die onophoudelijk interrumpeerden. Plotseling zei Lia: “Als die twee zich niet stilhouden, dan schei ik er mee uit”. In de stilte, die hierop volgde, kwam Wim Kan van achter uit de zaal gelopen, de visserstrui aan, waarin hij even later moest optreden. Hij nam de twee fuifnummers bij hun dasje en plaatste ze vierkant buiten de deur van het Leidsepleintheater. Ook de rol van uitsmijter bleek hem te liggen!

Een half jaar harde leerschool heeft Maya nu achter de rug. Elke dag voor de voorstelling is er eerst een repetitie, waarin de oneffen plooitjes van de vorige avond worden gladgestreken en de vrijheden, die men zich veroorloofde, weer teruggebracht binnen de perken van de oorspronkelijke tekst.

Boeiend vindt Maya de uren waarin Wim Kan zijn pupillen onderricht geeft in tal van zaken de kleinkunst betreffende, en een opvoering van de vorige avond volledig analyseert. Voor de voorstelling begint, gaan de elf medewerkenden zich eerst schminken. Dat kostte Maya in het begin ook heel wat moeite. Op den duur weet je echter precies hoeveel keer je met een tube schmink kan doen en dat voor een goede make- up geen klodders verf nodig zijn. De costumering levert geen problemen op. In een atelier worden de benodigde kleren vervaardigd. Maya zegt dat ze een onopvallende rol speelt in Wim Kan’s Cabaret en verrast keek ze dan ook eens in de tram op, toen een heer haar plotseling vroeg: “Hoe diep is ook weer die echoput, juffrouw?” Waarop Maya met toneelstem antwoordde: “78 meter”. In een van haar rollen is zij namelijk een boerinnetje dat de bezoekers aan de echoput vertelt hoe diep deze is.

Straks in September wordt het werk hervat. Na drie maanden van “Bedriegen” in Den Haag, volgt een tournee door het land. Daarna wacht er weer een lange vacantie. “Maar dan zal ik stevig proberen in die tijd te werken. Als het even kan bij Toon Hermans, maar eerlijk gezegd: ik geef me geen schijntje van kans”. Wij wel, want Maya Bouma weet van aanpakken en volhouden. Zonder dat laatste was ze vast en zeker ook niet bij Wim Kan gekomen, die een candidatenlijst heeft van een meter lengte en dagelijks stapels brieven heeft door te werken van mensen, die zo graag zouden binnentreden in de wereld van het Cabaret, waarvan zij, evenals Maya en vele anderen dat zagen, slechts de zonzij zien…


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube