Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Enkhuizen als ontgroeningsoord - Amsterdamse studentenvereniging zette de stad op zijn kop

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Marijke Adema

De inwoners van Enkhuizen waren geschokt toen ze zaterdagochtend 26 september 1953 de sporen zagen die dertig studenten van de Vrije Universiteit te Amsterdam hadden achtergelaten.

De bewoners van het Snouck van Loosenpark troffen een jammerende geit aan die waarschijnlijk op het land ‘Tussen Twee Havens’ of op de Dijk thuishoorde. De deuren van de Westerkerk waren opengebroken, op het Sijbrandsplein hingen aan een wijzerbord een grote tuinbank en een tuintafel, op de Driebanen lag een handkar op zijn kop op de weg en in de gevel van een sigarenmagazijn hing een prijslijst van een groentezaak uit de Nieuwe Westerstraat.
Chaos
En dat was nog lang niet alles: op de Havendijk werd een touw gespannen over de brug, op het midden van de weg bij de Dijk werd een groot bord geplaatst, op het Hoornse Veer werden grote bloembakken op de weg gezet en de Drommedarisbrug werd gebarricadeerd met viskisten. Op het kruispunt van de Venedie en de Dijk wapperde een Essovlag gebonden aan een parasolhouder van de Port van Cleve, de brug voor een woonark aan de Oosterhaven werd weggehaald, fietsen werden verplaatst en de studenten hadden de banden ervan leeg laten lopen.

Om half één ’s nachts arriveerden de scholieren met een grote touringcar in Enkhuizen. Onder leiding van oudere studenten trokken de eerstejaars de stad in. De politie en nachtwacht merkten de aanwezigheid van de leerlingen al gauw, maar toen de agenten de jongeren aantroffen stonden ze netjes de gevels te bekijken in het ‘histeurische stedje’ zoals de studenten de stad noemden. Later moest de politie toch ingrijpen. Alle dertig leerlingen werden meegenomen naar het politiebureau. Drie studenten, van wie er een Theologie studeerde, namen verantwoordelijkheid voor het op stelten zetten van de stad en verklaarden alle schade te willen vergoeden. Om half vijf ’s ochtends vertrokken de leerlingen weer naar Amsterdam, maar de volgende dag had de politie nog veel werk te doen: veel stadsgenoten kwamen aangifte doen van vermissing van het een of ander.

Boze studenten
Vijf dagen later plaatste de Enkhuizer Courant een brief, afkomstig van de oratorische vereniging van de studenten (L.E.O.N.I.D.A.S.) en gericht aan de redactie van de krant naar aanleiding van een artikel over het bezoek van de studenten. “Uw weergave suggereert louter baldadigheid en het botvieren van ontgroeninghart s tochten. Daarmee is te enen male de zin van dit bezoek niet weergegeven. Het is ons gebleken, dat de politie en de burgerij ondanks de moeite en de verstoorde nachtrust, dit vaak beter begreep dan de pers en met veel genoegen hebben wij geconstateerd, dat uw artikel zeker niet representatief is voor de publieke opinie.”

De redactie van de krant reageerde ook met een brief, waarin stond: “Met het vermelden van diverse baldadigheden is de zin van dit bezoek ten volle weergegeven: wat herrieschoppen in een rustig stadje. De politie die met grote beheerstheid en met groot gevoel voor humor de studenten tegemoet is getreden, is het met ons artikel volkomen eens, evenzo de publieke opinie. Deze zal dat in nog grotere mate zijn, nu men verneemt, dat deze actie buiten de ontgroeningstijd – wat men tot heden nog als een soort excuus aanvaardde – plaats vond. Enkhuizens bevolking is zeer zeker niet verstard, kan beter dan menig student tegen een grap, maar kan dit ‘nachtelijk bezoek’ onmogelijk anders zien dan ‘onvriendelijke baldadigheid’.”


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube