Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Strijdende apostelen

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Pieter Jan de Vries

In de jaren vijftig van de vorige eeuw was het voor veel Enkhuizers een sport om alle ongeveer twintig kerkgenootschappen in de stad met de bijbehorende kerkgebouwen zonder fouten uit het hoofd op te noemen. Voorvoegsels of bijvoeglijke naamwoorden als hersteld, vrijgemaakt, evangelisch, rechtzinnig, vrijzinnig maakten die sport nog spannender. In de hemel moet wel eens de kreet geklonken hebben: hoe meer zielen , hoe minder vreugd.

We willen hierbij met nadruk stellen dat veel oprechte en serieuze gelovigen de kwaliteit van het bestaan voor veel medemensen positief hebben beïnvloed. Als echter in een groep de competitie en het wedstrijdelement de overhand gaan krijgen, dan valt er veel te betreuren. Net als bij sport gaan onverdraagzaamheid en zelfoverschatting meespelen.
Een bijzondere groepering in het geloofspalet van Enkhuizen vormden daarbij de apostolischen. Zoals de naam al aangeeft, spelen in die kring de twaalf apostelen van Jezus een leidende rol. Het gaat hierbij om een in de negentiende eeuw opgerichte geloofsgemeenschap met een twaalfhoofdige onsterfelijke leiding. Nu merken we nog dagelijks dat een kerk met één onfeilbare leider aan de top het al moeilijk heeft met de geloofsdiscipline. Met twaalf voormannen is een voortdurend scheuren, afscheiden, herstellen en een nog betere uitleg ontwikkelen onvermijdelijk.

Voor de onsterfelijkheid van de apostelen, die al bij het eerste sterfgeval niet meer vol te houden was, werd een vernuftige theorie uitgedacht. Niet de mens was onsterfelijk, maar het ambt.

In Enkhuizen leefde in het begin van de vorige eeuw een door een van de apostelen benoemde voorganger, Johannes Hendrik van Oosbree (1862-1946). Zijn kerkgebouw stond, en staat nog steeds, in de Westerstraat bij de Nieuwmarktspijp. Er is nu een bloemenzaak in gevestigd. In het dagelijks leven was Van Oosbree levensmiddelengrossier en in zijn vrije tijd apostel en lekeprediker. Hij moet autoritair en zelfingenomen zijn geweest. Zo zelfs dat hij zijn dochter en haar gezin de kerk uitschopte. Dat gezin dacht iets genuanceerder over geloofszaken dan hijzelf.

Voor zichzelf had hij een speciale rol uitgedacht. Het sterfelijk lichaam van de Messias was dan wel verdwenen, maar het erbij horende ambt was nog open. En Van Oosbree kende wel iemand die voor dat ambt geschikt was. Daarom herkende hij in zichzelf de nieuwe Verlosser.

Toch bracht zijn eigenzinnigheid zijn volgelingen nog voor de rechter. Testamentair had hij namelijk vastgelegd dat zijn opvolger zou worden ene Lambertus Slok. En dat kon helemaal niet volgens de statuten van zijn Hersteld Apostolische Zendinggemeente, zoals zijn groepering zich was gaan noemen. Een deel van die gemeente had een andere apostel op het oog. De basis voor een strijd over de stoffelijke eigendommen was daarmee gelegd. En daarom moest uiteindelijk een aardse rechter in deze verwarrende geloofskwestie vonnis wijzen. Ondanks het aanbod van Slok om een financiële oplossing te zoeken, achtte het Gerechtshof in Amsterdam zijn benoeming ongeldig. In hoger beroep werd dit vonnis bevestigd. De Nieuwe Enkhuizer Courant schreef daarover 6 juli 1950.

Voor de meeste apostolischen in Enkhuizen bleef Slok de ware apostel. Zijn opvattingen evenaarden die van Van Oosbree: “Wie mij gezien heeft, heeft Christus gezien”. Zijn zelfverheerlijkende uitspraken leverden hem een onwezenlijke uitstraling op. Veel volgelingen spraken slechts met gedempte stem over hem. Als hij de stad bezocht werd hij vaak begeleid door een stoet van limousines. Inmiddels is zijn groepering in rustiger vaarwater gekomen. Onder de naam van Apostolisch Genootschap leidt zij nu een onopvallend bestaan.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube