Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Gekibbel...

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Feestverlichting in het plantsoen
Feestverlichting in het plantsoen
De organisatie van “Enkhuizen 600 jaar stad” kwam moeizaam op gang. In 1953 was er op het initiatief van het VVV een Voorlopig Comité bij elkaar gekomen, maar dat comité had ruzie met de gemeenteraad gekregen. Leden waren bekende Enkhuizers als J. C. Meyknecht, D. Fledderus en S. de Jong. De erevoorzitter moest burgemeester Admiraal worden.

Maar een aantal raadsleden, waaronder Rodenburg, vond het comité te klein en te weinig representatief voor de bevolking. “Doe het dan zelf maar”, meende het comité en op een vergadering met het gemeentebestuur op 15 november 1953 in de Kolfbaan kondigden de leden hun vertrek aan. De raad moest maar uitvoerend comité worden, stelden ze. De verbouwereerde burgemeester vroeg wel driemaal of dat betekende dat het comité afgetreden was.

Het feesttreintje voor ouderen
Het feesttreintje voor ouderen
Het jaar daarop vroeg het raadslid Sandstra een paar keer hoe het met 600 jaar stad stond. Een antwoord kwam pas in de raadsvergadering van december. Er was een nieuw comité benoemd en dat comité had een beroepsorganisator, dhr. Sliepen, in de arm genomen. Als voorbereiding was een bezoek aan Alkmaar gebracht, waar ze net zo’n feest gevierd hadden.

Maar er moest nog wel even gediscussieerd worden over het vorige comité. Rodenburg voelde zich aangesproken. Hij verklaarde met grote nadruk dat het niet zijn bedoeling was geweest om het hele comité naar huis te sturen. Een groter comité zou beter werken, had hij gemeend, “verder was het allemaal een groot misverstand geweest”. Hij besloot met: “er is nog nooit zoveel lof toegezwaaid aan een comité, dat zo weinig werk heeft verricht”. Daarmee was wat hem betreft de kous af.

Gemopper
Het nieuwe comité en de heer Sliepen hadden een mooi programma samengesteld. Daar waren de raadsleden het over eens. Maar er waren nog wel een paar punten waar nog goed over er gesproken moest worden. De heer Visser noemde de kerkdienst in de Westerkerk waarbij ook een katholieke priester aanwezig was. Dat bepaalt het kerkbestuur en niet het comité, zei hij. Waarschijnlijk vond hij dat een priester helemaal niets te zoeken had in een protestante kerk.

Zwaarder nog woog het punt van de zondagsrust. Daar werd herhaaldelijk over gediscussieerd. Het gemeentebestuur ontving zelfs een gezamenlijke brief van een aantal protestante kerken. De raad besloot het programma in een iets aangepaste vorm door te laten gaan, ook op de twee zondagen.

Het Plantsoen werd het feestterrein. Maar ook hier was gemopper over. De kermisexploitanten wilden hun kermis gewoon op de Kaasmarkt. B&W wilde dat niet omdat de Kaasmarkt de entree was voor het feestterrein. De Enkhuizer afdeling van de “Nederlandse Bond voor exploitanten van cafés” protesteerde hier ook tegen én tegen het niet doorgaan van de Lappendagkermis. Ze waren bang voor inkomensverlies. Het stadsbestuur was niet onder de indruk van het argument. De hele Lappendag van 1955 ging niet door.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube