Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Markerwaard moest regio redden

Bron / Auteur: Klaas Koeman

Het Enkhuizen Industrieterrein in 1958. Rechts de eerste fase van DrakaPolva
Het Enkhuizen Industrieterrein in 1958. Rechts de eerste fase van DrakaPolva
In oktober 1958 publiceerde de Westfriese Industriecommissie een rapport met de titel De Structurele Problemen van Oostelijk - en Midden West-Friesland. Het was een sombere titel van een enigszins somber rapport. De Enkhuizer Courant schreef er een artikel over met de dramatische kop: Quo Vadis West-Friesland? En daaronder: Richtlijnen voor de Toekomst van ons Gewest.

Tot de commissie hoorden ook de burgemeesters van Enkhuizen, Grootebroek, Hoorn en Medemblik.

Door de eenzijdige oriëntatie op de landbouw was Oostelijk West-Friesland kwetsbaar, schreven zij. De vele tuinbouwbedrijfjes waren veel te klein. Het gebeurde regelmatig dat zoons jarenlang meewerkten op het bedrijf van hun vader, waarbij er op het inkomen, laat staan een minimum inkomen, niet gelet werd. De bedrijven waren ook te klein om in mechanisatie of schaalvergroting te kunnen investeren. Op termijn zouden ze het niet vol kunnen houden. Zorgelijk sprak de commissie over de toekomstige ruilverkavelingen. De bestuurders van de polder het Grootslag waren al plannen aan het maken en in die plannen was voor kleine bedrijfjes geen plaats meer. Voor andere sectoren, de veeteelt, maar ook de middenstand gold hetzelfde. Steeds minder en minder mensen zouden hier werk vinden.

Sommigen keken hoopvol naar de inpoldering van de Markerwaard. Maar hoe nodig die Markerwaard ook was, het zou geen oplossing voor het verdwijnen van de werk- gelegenheid betekenen.

Het was een teken aan de wand, schreef de Industrie Commissie, dat in de laatste vijf jaar 80% van de bevolkingsaanwas weggetrokken was. Vooral de jongeren waren bezig uit West-Friesland te verdwijnen. Ook zorgelijk was de langeafstand pendel die op gang gekomen was. Er was maar één antwoord op al deze problemen: er moest industrie naar West-Friesland komen. Er moest subsidie komen om de aanleg van industrieterreinen mogelijk te maken. Er moesten LTS’en opgericht worden. Er moesten meer woningen gebouwd worden. En West-Friesland moest betere verbindingen krijgen. Nu was het een eiland alleen maar bereikbaar over de brug in Schellingwoude of door de tunnel bij Velzen. Het woord IJtunnel en zelfs Coentunnel viel. Maar dat was toekomstmuziek. De oplossing zou van de Markerwaard moeten komen. Daar zouden de wegen aangelegd worden, die West-Friesland met de rest van de wereld konden verbinden.

Onder de vele jongeren die wegtrokken uit West-Friesland waren mijn eigen ouders, die in 1950 hun geboortedorp Sijbekarspel verlieten en in Hilversum gingen wonen en werken. De kille cijfers uit het rapport kregen plotseling een gezicht, toen ik me dat realiseerde.

Overig Nieuws

Bekijk oude berichten in het nieuwsarchief »
Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube