Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Moddervlakte met af en toe een kattekreng

Bron / Auteur: Klaas Koeman

De tonnenwagen met ernaast Luit Maret, rond 1955
De tonnenwagen met ernaast Luit Maret, rond 1955
Op 10 Oktober 1907 schreef een boze lezer een brief naar de Enkhuizer Courant: „Achter ons staat de Stad, trapgevels van oude huizen gluren tusschen ’t boomgroen door, de statige, oude huizen der Breedstraat staan voornaam achter hun groote tuinen, en boven alles heffen zich de slanke Zuidertoren en ’t fijnbelijnde torentje van het stadhuis.”

En of ’t niet genoeg geboden was, we bereidden onze gasten nog eene verrassing, namen ze mee naar den Wierdijk, en door het hekwerk van ‘t Staversche Poortje zagen ze eensklaps de zee blinken, ze keken over den muur, waarachter zich tot verren einde het altijd wisselende, altijd weer mooie schouwspel der zee uitstrekt.”

De zee! En wat zien ze? Een moddervlakte, bezaaid met oude koffieketels, oude verfbussen, oude koekepannen, gedeukte emmers, gieters met krommen hals, heele en halve flesschen, diggels van aardewerk, tegels en baksteenen, half vergane boomtakken met wier en modder bedropen, waartusschen af en toe nog een honde- of kattekreng in vergevorderden ontbindingsstaat te rotten ligt. Is hier geen stadsreiniging? vragen ze. Zeker, buiten de stad. En wat is dit hier dan voor smeerzooi?”

Die smeerzooi was tot 1913 de officiële vuilnisverwerking van Enkhuizen. Het vuilnis werd op een aantal punten gestort. Bij de Doele op het Spaans Leger, op de hoek van het Spaans Leger en de Paulus Potterstraat, bij de Kat en Hondsbrug en bij de Blauwpoorts brug. Vandaar werd het verzameld en in het Krabbersgat gegooid. Het dreef dan vanzelf de Zuiderzee op.

Rookwalm

Maar Meneer de Redacteur”, schreef onze boze briefschrijver verder. „Weet u wat ’ergerlijk’ is? Dat ook dit genot je al sedert verscheidene dagen onmogelijk wordt gemaakt, doordat er achter den muur een hoop vuilen rommel ligt te smeulebranden, waaruit een dikke, vieze rookwalm opstijgt die daar de geheele omgeving verpest!. Nu eens ruik je er brandende oude vodden uit, dan weer lijkt ’t wel vetleer te zijn, dat daar in brand staat, nat hout smeult er met goren walm, onophoudelijk trekt een vuile rooksliert over den mooien wandelweg, een walgelijke, vette stank hangt er over een heel stadsdeel. Dagenlang heeft dat nu al geduurd, Meneer de Redacteur!” Voor kwajongens was het inderdaad een prachtige uitdaging het opgehoopte vuilnis in de brand te krijgen, voordat het wegdreef.

Tot 1913 was de vuilverwerking een particuliere aangelegenheid. Mannen als Klaas Brouwer, Jan Veen en Roelof Loots pachtten de vuilverwerking. Ze lieten zich betalen als ze het vuil van de huizen naar de genoemde plekken brachten. Ook zorgden ze voor het ophalen van de strontemmertjes die de bewoners van de stad een keer per week op de stoep zetten. Op het Molenland, ten noorden van de stad werd de beer verwerkt tot mest die verkocht werd. Dat gebeurde in veel steden. De gemeente Hoorn bijvoorbeeld adverteerde in 1905 met de volgende tekst: ’Turfstrooiselmest, verzadigd met ier en beerstoffen, zeer aan te bevelen, concurreerende prijzen. Inlichtingen te bekomen....’

De advertentie stond tussen de annonce van de smit Nieman (hij adverteerde met kachels) en een advertentie die aankondigde dat Schippers Jachtwater het beste is. Waarvoor het het beste was, wordt niet helemaal duidelijk.

In 1913 wordt aan het pachtsysteem een einde gemaakt. Er komt gemeentereinigingsdienst die volgens de verordening de volgende taken had: het ophalen van haardas, vuilnis en secreetmest, het leeg en schoonhouden van goten en zinkputten, het straat wieden maar ook het opruimen van het vuilnis achter de Wierdijk alswel het uitbaggeren van de mondingen van de verschillende riolen in de grachten. En natuurlijk moesten ze ook de verschillende urinoirs in de stad desinfecteren. En in de herfst moesten ze de bladeren opvegen en, uiteraard zou je bijna willen zeggen, moesten ze ’s winters sneeuwruimen. Daartoe kregen ze de beschikking over een aantal karren en een paard.

Het Molenland bleef in gebruik voor de verwerking van de inhoud van de tonnetjes, maar het vuilnis werd niet meer over de Muur gekieperd. Bij Oosterdijk werd de Bolk aangelegd.

Overig Nieuws

Bekijk oude berichten in het nieuwsarchief »
Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube